zaterdag 23 september 2017

Frans Polynesie de Society Islands

 Blog Society Islands, geschreven door Anneke.

Tahiti
Op 20 mei kwamen wij aan op Tahiti, Papeete. Dit was een ingelaste stop vanwege onze accu’s, die vervangen moesten worden. Hoewel Papeete geen mooie stad is, je kunt hem zelfs vies en druk noemen, genoten wij er toch van. Dat heeft vooral te maken met het feit dat we al een hele tijd geen “echte” stad meer gezien hadden. We verlieten Panama city in februari. Daarna hebben we geen stad van betekenis meer gezien. Papeete is een levendige stad.













We genoten van de winkels, chandlers, barretjes, boulevard (waar je ’s morgens vroeg prima kan hardlopen; daarna is het te warm), de marina, 2 fantastische supermarkten (Carrefoure), de overdekte markthal met groenten en fruit en de roulottes. Roulottes zijn kleine busjes, waarin een complete kleine keuken met ook tafels en krukjes opgeslagen zijn. Ze komen ’s avonds rond 18.00 uur aangereden op een groot plein. Hierna worden tafels en krukjes uitgeladen en opgesteld. En het restaurant is geopend! Super gezellig en niet duur. Er staan vooral veel roulottes van Chinese origine, maar je kunt ook pizza, steak frites en pannenkoeken bestellen. Meenemen kan ook, maar hebben wij niet gedaan. Wat wij bijzonder vonden is dat aan de rand van het plein daklozen de roulotte-gangers opwachten. Veel mensen nemen een doggybag mee, die meestal afgestaan worden aan de daklozen.

Zoals in ons vorige blog te lezen was, zijn we na de stop op Tahiti in mei via Moorea teruggegaan naar de Tuamotu’s.  Hierna zijn wij via de Leeward Islands (Huahine, Raiathea, Tahaa, Bora Bora, Maupiti) teruggegaan via Moorea naar Tahiti. Op 8 augustus kwamen wij terug in de marina van Papeete, Tahiti. Vanwege de leesbaarheid zal ik echter hier ook onze verdere belevenissen op Tahiti beschrijven.

Wij hebben op Tahiti een dag een auto gehuurd. Daarvoor liepen we zo’n 6,5 km naar het vliegveld waar Ecocar zit; verreweg de goedkoopste auto verhuurder. Als je bij de Tourist information vraagt wat er zoal te doen is op Tahiti, komt men vooral aanzetten met de mooiste stranden. Waarin wij totaal niet geïnteresseerd zijn. Wij zien zo al strand genoeg. Maar er zijn ook mooie watervallen, Venus Point, waar Cook de planeet Venus bestudeerde, prachtig berglandschap, een isthmus (smalle landtong) die het grote Tahiti (Tahiti Nui) verbindt met het kleine schiereiland Tahiti (Tahiti Iti). Op Tahiti Iti is een plek met een “eeuwige golf”.

We hebben dus een rondrit over Tahiti Nui, Tahiti Iti en daarna weer Tahiti Nui gemaakt. We begonnen bij Venus Point.  Hier lagen in de tijd van Cook de grote schepen voor anker. Op de kust is een lieflijke vuurtoren, omgeven door een park. Het bleek een feestdag te zijn en het park werd bevolkt door lokale mensen, die hier gingen recreëren. Lekker zwemmen, picknicken en spelen. Bijzonder was het monument waarop stond wanneer het christelijke geloof naar Polynesië gebracht is. Onder andere ook wanneer de eerste Polynesische koning gedoopt is.

We hebben de kustweg verder gevolgd. Een heel bekende bezienswaardigheid op Tahiti is “les trois cascades”; de drie watervallen. We waren bij de autoverhuur al gewaarschuwd dat deze plek waarschijnlijk afgesloten zou zijn. Door slecht weer zouden de paden dermate slecht zijn geworden, dat toegang niet mogelijk zou zijn. Uit de beschrijvingen wisten wij dat de eerste waterval de grootste en tevens de mooiste is. We hebben een versperring genegeerd (we zijn er overheen gestapt) en konden zo de eerste waterval bereiken. Prachtig! De paden naar de andere 2 watervallen waren echt gebarricadeerd en er stonden borden dat het verboden was ze te betreden. Die hebben we dus maar gelaten voor wat het was.


Daarna vervolgden we onze weg over de isthmus naar Tahiti Iti. Hier was ook een uitkijkpunt, waar je beide Tahiti’s kunt zien. De weg er naartoe leidde langs een soort bergweiden, waar ook de nodige koeien stonden te grazen. Ja, ook de bonte Hollandse koeien! Helaas was het mistig op de berg en was daarmee het zicht bij het uitzichtpunt erg slecht. Jammer, maar de weg erheen was zeker de moeite waard. Het was ook leuk te zien dat op Tahiti Iti de nodige gewassen verbouwd worden. Dat is bijzonder, omdat je het maar zo weinig ziet op de Society Islands. Meestal komt men niet verder dan het verbouwen van een paar bananen en wat kokosnoten. Maar hier zagen we tomaten, aubergines et cetera.
We zijn nog even naar de plek gegaan waar de eeuwige golf is. Door de ligging van het rif t.o.v. de oceaan is op deze plek grote golfslag. Dit is de surfspot van Tahiti en hier komen van over de hele wereld surfers. We waren er een paar dagen voor een grote internationale surfwedstrijd. Het was hier gezellig druk, met verschillende eettentjes. Wij hebben dus ook maar een belegd stokbroodje genomen.

Wij kopen regelmatig een belegd stokbroodje als ontbijt of als lunch. Wij nemen altijd een traditioneel broodje, zoals met ham en kaas. Hier worden stokbroodjes echter ook vaak belegd met gehakt en frites of met chow men (chinese mie met groenten en vlees). Wij hebben ons er niet aan gewaagd; het lijkt ons echt smerig. De voorkeur voor dit soort voedsel verklaart misschien wel waarom veel mensen hier zo enorm dik zijn.

Op onze verdere tocht op Tahiti Nui kwamen we nog langs grotten; eigenlijk meer een soort natuurlijke gewelven. Ook heel mooi gelegen met mooie natuur. En daarna waren we weer terug in Papeete; het was een leuke dag.
Er lagen in de haven verschillende superyachts van honderden miljoenen dollars.
 






Uitzicht vanaf de boot in de haven van Papeete. Nadeel van zo’n groot jacht: het moet schoon zijn!

Moorea
Moorea hebben we eveneens twee maal aangedaan. De eerste keer arriveerden wij op 7 juni in Cook’s bay. Ja, er zijn hier heel veel plaatsen naar die meneer Cook vernoemd. Moorea is een klein eiland, wat vlak bij Tahiti ligt. Vanaf Tahiti kun je Moorea meestal mooi zien liggen. Na een tocht van een kleine 25 mijl kwamen we dus in Cook’s bay aan. Na doorvaart door het rif kom je in een diepe baai. Helaas is het water in die baai niet helder. Zeker na een regenbui spoelt de modder van de hoge bergen af en heb je “murky water”.  Hier zagen we in de plaatselijke (vissers)haven enorme haaien zwemmen. Het zijn lemon sharks. Het schijnen ongevaarlijke goedzakken te zijn, maar zien er toch indrukwekkend uit.  Na een paar dagen in deze baai zijn we naar de tweede, ernaast gelegen baai gegaan. Hier lig je met je anker in zandgrond en heb je dus ook helder water. Heerlijk gesnorkeld bij het rif. Dat rif niet ongevaarlijk is bleek weer eens toen we op een ochtend zagen dat er een zeilboot op gelopen was. We hebben die later nog op een andere plaats teruggezien. Zwaar beschadigd, zo niet reddeloos verloren.

Vanuit Oponohu Bay hebben we een prachtige hike gedaan naar de Belvedère, een uitzichtpunt. Bijzonder waren onder meer de ananasvelden onderweg. En natuurlijk het prachtige uitzicht over beide baaien aan de noordkant van Moorea vanaf de Belvedère.

Op veel plekken en zo ook bij Moorea denkt men de toeristen te moeten vermaken met wild life, aangelokt door het voeren hiervan. Er is hier een ondiepe plek waar men grote stingrays voert. Wij zijn er met onze dinghy even naartoe gevaren. De ene na de andere toeristenboot c.q. jetski komt hier aan. Het eerste wat wij zagen was een enorme hoeveelheid black tip reefsharks. Maar dus ook veel roggen, die bij de mensen uit de hand eten. Voor de mensen fantastisch, voor de dieren wellicht ook, maar een enorme verstoring van het ecosysteem en daarmee verwerpelijk.

De Leeward Islands: Huahine

Na Moorea zijn we terug gegaan naar de Tuamotu’s, zoals in ons vorige blog te lezen was. Vanaf Tikehau kwamen we op 8 juli aan op de Leeward Islands van de Society Islands, op Huahine.  Huahine is een prachtig eiland, met schitterende bergen en baaien. Ook hier een prachtige snorkelspot bij het rif (Baie Avea) en mooie wandelingen. Op 12 juli waren we terug in Fare, de hoofdstad. De hele maand waren er feestelijkheden rondom quartorze juillet  en de Heiva; plaatselijke dans- en zangwedstrijden. Het begon op 13 juli met een viswedstrijd. Ongelofelijke grote marlijnen, tonijnen, maar ook een prachtige zonnevis waren gevangen. Gelukkig wordt alle vis ook opgegeten.
Roze vis is Zonnevis, best groot


’s Avonds zijn we naar de Heiva gegaan. Dit vindt plaats in een soort arena waar de plaatselijke mensen in prachtige kostuums dansen uitvoeren, zingen, en muziek maken met trommels en ukeleles. Rondom de tent waren allerlei eettentjes en speelhalletjes. Compleet met suikerspinnen. Dit is echt een jaarlijks gebeuren waar het hele volk voor uitloopt. Er zijn een aantal avonden met dit soort uitvoeringen, die ook beoordeeld worden. En daar komen uiteindelijk natuurlijk ook winnaars tevoorschijn. Bijzonder was toch ook wel het erotische karakter van de dans van jonge dansduo’s. Vonden de missionarissen vast niet goed, vroeger.


14 juli is natuurlijk de grote Franse feestdag. Die werd ook op Huahine uitbundig gevierd met in de ochtend een uitgebreide parade. De brandweer, de scouting en allerlei mensen in prachtige kledij met veel muziek kwamen voorbij.




Het kleine meisje draagt een van de outfits van de Heiva-danseressen
Super leuk was het fruitrennen. Het waren hardloopwedstrijden waarbij de renners een juk met trossen bananen en ander fruit over een parcours moesten dragen. Aangemoedigd door de omstanders en door ons natuurlijk!


’s Avonds was er gezellige muziek, waarop ook wij leuk gedanst hebben, samen met de lokale mensen. Bijzonder was mijn dans met een ladyboy, die me na afloop op mijn wang kuste als dank. Een super dag!


Raiathea en Tahaa

15 juli vertrokken we naar Raiathea. Dit was een zondag en er was eigenlijk geen bal te beleven. We hadden hoge verwachtingen, gezien beschrijvingen die we gelezen hadden, maar werden daarin teleurgesteld. Wel hebben we fantastisch gesnorkeld bij het rif. Wat een enorme hoeveelheden kleurige vis en prachtig koraal. Maar goed, na een paar boodschappen op de maandag zijn we snel doorgevaren naar Tahaa. Tahaa en Raiathea liggen binnen hetzelfde rif. De natuur is prachtig. Helder water, groene bergen. Overal in Frans Polynesië zie je prachtige bloemen. Om Tahaa kun je heen varen en dat hebben we ook gedaan. Op Tahaa hebben we een prachtige hike gedaan; we zijn vanuit “onze” baai door de bergen naar de baai aan de overkant van Tahaa gelopen. Tahaa heeft de bijnaam “Vanilla Island”. Hoewel er nu bijna geen vanille meer verbouwd wordt, hebben we toch hier en daar vanillestruiken gezien.






De Vanillebloemen worden beschermd met plastic zakken
Aan deze overkant stond een prachtige kerk. In heel Frans Polynesië zie je enorm veel kerken. Ieder gehucht heeft minimaal 1, maar vaker 2 of meer kerken. Evenals een gemeentehuis en gezondheidscentrum overigens.

De prachtige kerk op Tahaa en haar interieur
 Een bekende plek op Tahaa is de coral river. Het is een ondiep stuk water tussen een paar eilandjes, waar grote hoeveelheden koraal groeit. De toeristen worden met bootladingen daar naartoe gebracht. Ze zwemmen dan van de ene kant van het eilandje naar de andere kant, tussen de koralen en de vissen door. Op zich heel mooi en verbazingwekkend dat er überhaupt nog vis zit. Die zijn overigens totaal niet schuw. Hoewel dus wel mooi, was het ons wat al te druk.

Bora Bora

Op 22 juli kwamen wij aan op Bora Bora. Wij hadden erg lage verwachtingen hiervan, vanwege beschrijvingen van resorts, jetski’s, super yachts, et cetera. Maar het is ons enorm meegevallen. Tuurlijk, er zijn best een aantal resorts. Maar die liggen vooral aan de rand van het rif. En de vele toeristen, die hierop verblijven, worden veilig afgeschermd van het gewone leven. Die resorts zijn overigens over het algemeen enorm duur. Prijzen tot 3500 euro per nacht (ja, je leest het goed!) voor een kamer op palen boven / in het water. Het meest bekend is Bora Bora vanwege de Lagoon. De lagune ligt rondom het eiland, binnen het rif. En is inderdaad erg mooi. Wij hebben over Bora Bora een wandeling gemaakt. Er werd op verschillende plekken gewaarschuwd dat je vooral een gids mee moest nemen. Maar 70 dollar per persoon voor een halve dag (en dan moet je nog zelf lopen ook) vonden wij wat al te gortig. Met behulp van Google maps hebben we de weg zelf gevonden. Hoewel nog aangegeven als weg die je met de auto zou kunnen berijden, was het pad veelal overwoekerd en moeilijk vindbaar. Steil door de bergen, met vaak geweldig uitzicht. Zeer de moeite waard. Ook zijn we met onze dinghy een aantal keren rond gevaren over de lagune. Dicht langs de resorts, maar ook de super yachts, met helikopter op het dek. Hoewel Bora Bora wel behoorlijk prijzig was, was het verder een vrij normaal eiland, zoals ook de andere society eilanden.


Een van de dingen die je heel veel ziet zijn kanowedstrijden, vaak in traditionele kledij. Zo ook op Bora Bora.


Maupiti

Maupiti is een van de kleinste eilanden van de society eilanden. Het heeft ons hart gestolen! Je zou er binnen een uur omheen kunnen wandelen. Nou, dat wordt dan wel heel snel wandelen, want de rondweg was zo’n 8,5 km lang.

Hele aardige mensen, prachtige natuur met helder blauw water, bloemen en overweldigende vegetatie. Een paradijs! Ook leuk: de top van de berg beklimmen. Het laatste stuk was inderdaad meer klimmen dan wandelen: er hingen zelfs klimtouwen om je aan op te trekken en aan vast te houden. Maar dan volgde de beloning: prachtig uitzicht. Veel plekken zijn erg ondiep en daar is het water echt turquoise. Vanaf de top van de berg kon je beide zijden van het eiland zien, met daaromheen de riffen en ondieptes. Echt geweldig!


De weg rondom Maupiti en het uitzicht vanaf de berg

Maupiti staat ook bekend vanwege de manta’s.  Ook hier is een cleaning station: een ondiepe, ronde rots, waar manta’s naartoe komen om zich schoon te scrubben. Kleine visjes doen de rest. Wij zijn met onze dinghy naar die plek toe gevaren en zijn toen gaan snorkelen. En we werden beloond: wel 3 manta’s kwamen aangezweefd. 1 grote en 2 kleinere. Wat een prachtige dieren!!

Op 4 augustus zijn we vertrokken en op 5 augustus kwamen we weer aan op Moorea. Helaas was het motortje van de dinghy kapot gegaan en kregen we die niet meer aan de praat. Na een (te) lange roeitocht naar de kant bij Moorea hebben we besloten dan maar weer versneld terug te gaan naar Papeete, Tahiti. Als je niet van de boot afkunt, is de lol er gauw af. Op Tahiti hebben we dus nog een leuke tijd gehad, zoals eerder in dit blog beschreven.

We hebben genoten van de Society Islands. De prachtige natuur, zowel boven als onder water, de vriendelijke mensen, de relaxte levensstijl, et cetera. Heel bijzonder is het om overal bloemen te zien, die de mensen dan ook weer vrolijk achter hun oor steken, ook mannen! Wat op de Leeward Islands nog erg opviel, is dat bij veel huizen graven in de tuin zijn. Soms heel mooi versierd, soms heel sober. Daarnaast is het enorme aantal krabben, waarvan je overal sporen ziet, vermeldenswaard.
Op 18 augustus vloog ik naar Nederland. Hier heb ik 3 weken genoten van lieve familie, vrienden, Belgische biertjes en lekker eten (kroketten, Bossche bollen, drop et cetera!). Ik heb onze fantastische dochter Femke naar Schiphol gebracht, toen zij voor 5 maanden naar Toronto vertrok vanwege haar studie. En mocht als zeer trotse moeder aanwezig zijn bij de diploma-uitreiking van onze stoere zoon Sjoerd, die maar liefst cum laude afgestudeerd is aan de TUE (Technische Universiteit Eindhoven). Heinze heeft keihard gewerkt aan het onderhoud van onze boot. En daarna waren we weer samen in Papeete. Genoten nog even van deze stad, met de vele jonge fietsers, die op hun achterwiel langsrijden. Schijnt echt een nationale sport te zijn.
Soms voelen we ons een beetje thuis, dit is op de Leeward Societies.
We hebben besloten het komende orkaanseizoen in Frans Polynesië te blijven. Na flink provianderen bij de Carrefoure zijn we nu eerst nog terug gegaan naar Moorea, in de hoop walvissen van dichtbij te kunnen bewonderen en met die dieren te kunnen zwemmen. Daarna gaan we via de Tuamotu’s  (waar we atollen gaan bezoeken die we nog niet gezien hebben) terug naar de Markiezen waar we eind november hopen aan te komen, die in principe orkaanvrij zijn.

vrijdag 28 juli 2017

Frans Polynesie de Tuamotu's

De Tuamotu’s

Na een tocht van 475 mijl van de Markiezen naar de Tuamotu’s zijn we op 5 mei op het Atol Raroia aangekomen. De ligging van de eilanden kun je vinden op de kaartjes in het vorige bericht.
Een zeer bijzondere groep van ruim 70 atollen waarvan er ruim 40 bewoond zijn met soms maar 200 mensen. Je hebt grote en kleine atollen, de atollen die je kunt binnenvaren moet je via een relatief smalle doorgang door het koraal (de passage) binnenvaren. Meestal hebben atollen één of twee passages. Omdat de atollen weggezakte eilanden zijn van 10 tot 40 miljoen jaar oud  waar aan de rand het koraal is blijven groeien is er een lagune ontstaan, op sommige stukken koraal ligt zand waar dan de nederzetting of dorp op is gebouwd. Het is altijd laagliggend, circa 1 of 2 meter boven de zeespiegel. De lagune kan groot zijn, ons eerste atol was 20km lang en 10km breed, in de lagune die 45 meter diep is komen veel “bommies” (koraalzuilen met een diameter van 40 meter die net onder de oppervlakte van het water liggen) omhoog, als je er 10 meter naast vaart is het water alweer 30 meter diep, echte “drop offs”.


Ons eerste atol is Raroia. Het binnenvaren van een atol moet met doodtij gebeuren omdat er in de passages een enorme stroming tot 9 knoop kan staan met staande golven en andere ongemakken, zeker de uitstroom. We hebben ons anker uitgegooid bij het dorp en zijn de kant op gegaan, het was zaterdag. We hebben wat rondgewandeld en een aantal mensen gesproken waaronder een ondernemende winkelier, Regis, die ons vertelde dat op zondagochtend hij om 5 uur gegrild varkensvlees heeft. Ook werden wij uitgenodigd om naar de wereldkampioenschappen voetbal te komen kijken waar Frans Polynesië blijkbaar aan meedeed.


Ik zal onze zondag en maandag in Raroia beschrijven.

ZONDAG: We hadden besloten om het ontbijt van gegrild varkensvlees te nuttigen dus waren wij om 05:30 uur in de winkel om dat te kopen, om 06:00 uur zaten wij te genieten van dat ontbijt, het was heerlijk. Om 07:30 uur zijn we naar het kerkje gegaan waar de dienst om 08:00 uur begon. Wat een feest, heel veel enthousiast gezang in zowel Frans als Tahitiaans. De dames zongen met een enorm volume, in Europa zou je verplicht oordoppen moeten dragen bij zoveel decibel. De tekst van het gezang werd met een powerpoint presentatie op de muur geprojecteerd, 4 tot 6 regels per keer, erg handig omdat er dan geen zangboeken nodig zijn en de letters enorm groot zodat iedereen het lezen kan.


Na de indrukwekkende dienst zijn we uitgenodigd om een dorpsbijeenkomst bij te wonen, dat was in het gemeenschapshuis om 09:30 uur waarbij het onderwerp toerisme was. Sommigen wilden het toerisme op het atol promoten maar de meeste waren tegen. We werden door een spreker uitgenodigd om later die dag bij haar de lunch te gebruiken. Na de bijeenkomst zijn we om 10:30 uur naar de woning van Regis gegaan om samen het voetbal te kijken, het bleek beachvoetbal te zijn en de winkelier en zijn vrienden hadden daar geen interesse in.
Hun interesse was roken, veel bier drinken en de hele dag tot in de avond trommelen op traditionele trommels. Wij hebben daaraan meegedaan tot ongeveer 12:30 uur, toen zijn we naar onze lunchafspraak gegaan.
We hebben heerlijk geluncht op een geweldige locatie bij een dame thuis aan het strand, tijdens die lunch zijn we uitgenodigd om de volgende dag de bouw van een traditionele hut bij te wonen die op haar terrein zou worden gebouwd. Om 14:00 waren we terug bij de trommelaars en hebben een aantal uren geluisterd, getrommeld en voldoende bier genuttigd. Een trommelaar was een visser en we hebben een afspraak kunnen maken dat we de volgende dag een “drift snorkeltocht” met hem door de pas konden maken. Daarna heerlijk uitrusten van een vermoeiende zondag.


MAANDAG: Na een ontbijt aan boord zijn we naar de wal gegaan om de bouw van de hut te bewonderen. De bouw wordt gedaan door de mensen zelf,  het dak en de wanden worden van gevlochten palmbladeren gemaakt.
Anneke heeft na een korte instructie meegeholpen om panelen te vlechten voor het dak. Een aantal dames heeft voor ons een mand, een schaal en een speeltje gevlochten. De dame op de foto die het mandje gevlochten heeft bleek later de dokter te zijn, later hebben wij van haar tabletten gekregen om ons te beschermen tegen “filariose” wat voorkomt in Frans Polynesië.
We hebben ook gezien hoe ze zelf pareo’s maken met natuur motieven. Na een hele ochtend te hebben doorgebracht bij deze vriendelijke mensen zijn we met de visser meegegaan om onze “drift snorkel” te doen. De pas is 20 meter diep en je wordt vlak na doodtij buiten de pas in de oceaan gedropt en het is de bedoeling dat je naar binnen  stroomt.






Samen met een stel uit Alaska, wat ook geankerd was bij het dorpje, die wij uitgenodigd hadden voor de driftsnorkel gingen we aan boord bij “onze” visser en Regis. Met een flinke vaart voeren we naar de pas. Je kon aan het water zien dat het toch wel behoorlijk stroomde. We voeren door de pas naar buiten, de oceaankant dus. Samen met de visser zijn we overboord gesprongen met onze snorkels en vinnen aan. De visser had ook een speer voor speervissen bij zich, vooral om ons te beschermen tegen al te geïnteresseerde haaien. Regis bleef aan boord en bleef met de boot bij ons. Het water was enorm helder, we konden gewoon 25 meter naar beneden kijken. Op een gegeven moment zagen we wel 14 haaien, meeste blacktip reefsharks, tegelijkertijd onder ons. Twee van hen kwamen van onder naar boven gezwommen. De visser vroeg ons toen om vooral bij elkaar en bij de boot te blijven. Het was fantastisch! Onder water was een heel landschap met geulen uitgesleten in de rots. Meer aan de zijkant was het ondieper met ook meer zand ed. Doordat de stroming behoorlijk was, dreven we in een flink tempo door de pas heen. Anneke riep tegen Regis: ´wow, I want to do this again!”. Waarop Regis reageerde met een: “OK, why not!?”. Dus nog een keer allemaal de boot in en door de pas naar buiten. Nog een kans om te genieten van de geweldige hoeveelheid prachtige vissen, haaien enzovoort.

Na deze snorkeltocht hebben we nog wat gedronken, getrommeld en zijn toen naar ons schip gegaan om de maandag af te sluiten.
De atollen zijn rijk aan vis, wij hadden continu 3 tot 5 kleine haaitjes onder ons schip die bij ieder geluidje of beweging gingen kijken of er iets te eten was, soms was dat het geval want wij gooien etensresten enz. overboord. Ook zaten er vaak “black tip” rif haaien om ons schip.
In het atol is het geweldig snorkelen. Regis had ons een rif aangewezen hiervoor. We zijn met onze vrienden uit Alaska met een dinghy daar naartoe gevaren. Er was een grote variëteit aan koraal. Heel mooi waren de grote clamps, schelpen die continu een beetje open staan, met aan de rand felle kleuren. Zo zijn er knalpaarse, kobaltblauwe, gele en meer van dat soort kleuren. Als je in de buurt komt sluiten ze hun schelp een beetje. Verder waren er tal van prachtige tropische vissen. De bannervissen, een soort grote geel met zwarte maanvissen met een lange elegante vin, kleine blauwe visjes, teveel om op te noemen. Alsof je in een aquarium zwemt. Wel kwamen er 2 grijze rifhaaien een paar keer langs patrouilleren. Daarvan wordt beschreven dat ze redelijk agressief kunnen zijn. Ze zullen je niet doden, maar kunnen je wel flink verwonden. Rustig blijven en dicht bij elkaar blijven. Dit soort haaien was ook waar de visser tijdens de driftduik wat beducht voor was. De blacktips doen eigenlijk niks, maar zien er toch best angstaanjagend uit.

Na een week ontzettend genoten te hebben van onze ankerlocatie zijn we naar de andere kant van het atol gevaren, je moet dat doen met de zon in je rug om de “bommies” te kunnen zien die je moet ontwijken. We zijn naar de locatie gevaren waar het vlot “Kontiki” in 1947 op het rif is aangekomen vanuit Zuid Amerika om aan te tonen dat Polynesië vanuit die kant bevolkt kan zijn (blijkt nu uit DNA onderzoek niet zo te zijn). Van die tocht is ook een film gemaakt. Op deze locatie zijn we drie dagen geweest, heerlijk rustig, mooi rif, mooie vissen.


We hadden al enige tijd gemerkt dat onze accu’s na 7 jaar wat slecht werden, maar de laatste tijd ging het snel achteruit. We hebben besloten nog één atol in de Tuamotu’s te bezoeken en dan naar Tahiti te varen om 10 nieuwe accu’s te kopen. Daarna willen we terugkeren naar de Tuamotu’s. We zijn op vanuit Raroia vertrokken naar het atol Makemo waar we op 16 mei zijn aangekomen
Omdat ik vrij uitgebreid over Raroia heb geschreven zal ik dat niet bij Makemo doen, uiteraard hebben we daar met veel plezier een aantal dagen doorgebracht. Op 20 mei zijn we naar Tahiti (een eiland van de Society eilanden) vertrokken, een tocht van ongeveer 400 mijl. We zijn 24 mei de haven van Papeete op Tahiti binnengevaren (we hebben gewacht tot het licht was). We hebben onze nieuwe accu’s gekregen en de stad en omstreken bekeken.
Vanuit Tahiti zijn we naar het eiland Moorea gegaan, de verhalen over deze eilanden komen als we alle Society eilanden hebben aangedaan in een volgend bericht, nu gaan we verder met de Tuamotu’s.

ANNEKE VERTELT:
Op 17 juni vertrokken we van Moorea terug naar de Tuamotu’s. We waren al na 2 atollen vertrokken vanwege onze slechte accu’s, maar wilden absoluut meer zien van dit bijzondere gebied. Vanwege stroming en wind was Rangiroa de enige mogelijkheid; de andere Tuamotu’s waren echt onbezeild. Na een kleine 300 mijl opkruisen tegen de wind kwamen we op 20 juni aan in Rangiroa. In onze documentatie stond dat het een eenvoudige passage door de pas zou zijn, waar het wel behoorlijk kan stromen. Aangekomen bij de pas op het tijdstip van dood tij, waarbij je dus niet of nauwelijks stroming verwacht, stond een sterke uitgaande stroming met flinke golven. De boot was zeer moeilijk bestuurbaar, zo moeilijk dat ik het roer uit handen gaf aan Heinze; iets wat zelden of nooit voorkomt. We hadden 6 knoop tegenstroom in kolkend water. Een wasmachine was er niks bij. Gelukkig zijn we toch veilig in het atol aangekomen. Later hoorden we van de duikshop dat bij een bepaalde swell, waarbij het water over het rif wat het atol beschermt heen stroomt, het atol volloopt. Daardoor heb je geen inkomende stroom meer in de pas, maar alleen uitgaande, omdat het water in die overvolle badkuip via de smalle pas naar buiten moet. Dit bleek dus het geval geweest te zijn. Er is nog een pas, maar die werd in onze documentatie ontraden. Achteraf bleek die pas in deze omstandigheid een veel betere optie geweest te zijn.

We hadden geen hoge verwachtingen van Rangiroa, omdat we gehoord hadden dat het behoorlijk toeristisch zou zijn. Dat gaat dan gepaard met jetski’s etc. Nou, dat bleek dus niet te kloppen. Het viel ons enorm mee hoe weinig schepen er lagen en hoe rustig het er was. We lagen bij de hoofdstad van het atol; echter het grootste deel van dit plaatsje ligt aan de andere kant van de pas. Aan “onze” kant waren een paar kleine winkels, wat duikshops en een paar kleine restaurantjes.
In een van die restaurantjes hebben we de verjaardag van onze dochter, 21 juni, gevierd. We hadden voor de zekerheid gereserveerd. Bleek niet nodig; we waren de enige gasten. Maar we hebben wel fantastisch gegeten, boven verwachting! We werden ontvangen door een vrouwelijke kok, die geen woord engels, maar ook geen frans sprak. Maar wel enorm enthousiast was. Ze ging rennen om voor mij een glaasje wijn te vinden en voor Heinze een biertje. Ook de entourage van het restaurant was heel leuk. Met allerlei accessoires en gordijntjes in mierzoete kleuren.

Omdat de Tuamotu’s bekend staan als “divers paradise”, wilde ik zeker een paar duiken maken. Via een ander jacht kwamen we in aanraking met “The sixth passenger”, een duikshop geleid door fransman Pitou en zijn vrouw. Op 22 juni heb ik in een groep van totaal 6 personen, inclusief Pitou, een prachtige duik gemaakt. We waren aan de oceaankant, waar prachtig koraal en een enorme hoeveelheid vissen in grote variëteit aanwezig is. Ik genoot al volop, toen het nog geweldiger werd. Een dolfijn kwam naar beneden, direct naar Pitou. Het dier liet zich aanhalen en knuffelen, ook door mij! Ze ging een poosje weg, maar kwam later nog een keer terug. Later hoorde ik dat haar naam “Lola” is en dat zij een persoonlijke vriendin van Pitou is. Heel vaak als hij daar duikt (en dat doet hij al 18 jaar) komt zij naar hem toe om te knuffelen. Geweldig! Voor alle duidelijkheid: ze wordt niet gevoerd en is volledig in vrijheid; ze komt dus echt vrijwillig.
We werden gewaarschuwd dat er een paar dagen flinke wind zou staan en dat er dan enorme golfopbouw zou zijn op onze ankerplaats. Aangeraden werd om een aantal dagen een andere ankerplaats te zoeken. We zijn daarom na mijn duik nog vertrokken naar de “Blue Lagoon”. Deze lagune is een toeristische attractie verderop (30KM)  in het atol. Het atol is 80 km lang en iets van 40 km breed. Vele malen groter dan het IJsselmeer. Het kan dus ook behoorlijk spoken. We hebben 4 nachten bij de Blue Lagoon gelegen.
Een paar dagen kon je echt alleen maar een beetje zitten en lezen (en met gevaar voor eigen leven koffie zetten, natuurlijk). De laatste dag voor vertrek naar onze oude ankerplaats zijn we met onze dinghy de Blue Lagoon ingegaan. Eerst heel voorzichtige een doorgang zoeken door het omringende rif. Daarna over hele ondiepe stukken. En dan zie je waarom de Blue Lagoon zo genoemd wordt. Schitterend!, de fel blauwe kleuren, de stranden, de palmbomen enz.. Grappig was dat er heel veel kleinere roggen heel ondiep zaten.


Ik had enthousiaste verhalen gehoord van een “sunset dive”. Tegen de schemering worden vissen actief; ze gaan jagen en ze gaan paren. Op 27 juni, terug op onze oude ankerplaats, heb ik aan het eind van de middag zo’n duik gemaakt. Eerst hebben we aan de oceaankant boven het rif gedoken. Het was fantastisch, wat een enorme hoeveelheid vissen in alle kleuren en maten! Een flinke baracuda kwam eens even bij ons kijken. Veel haaien, voornamelijk blacktip reefsharks, een enorme Napoleonvis, etc. We moesten ons vasthouden aan de stenen vanwege de stroming. Op het laatst hebben we ons een stuk mee laten drijven op de stroming mee de pas in. Toch wel heel spannend en heel bijzonder.
Uiteraard zat er ook rond de boot voldoende vis.
Grappig waren de kleine haaitjes, die onze wok schoonmaakten. Die hing te weken naast de boot. Ook was er een prachtige snorkelplaats die het aquarium genoemd wordt. En met recht! Je kon daar prachtig snorkelen, doordat op geringe diepte prachtig koraal, met enorme hoeveelheden tropische vissen te zien zijn. En dat gewoon met een snorkel en vinnen vanuit je bijbootje!
Een van onze laatste dagen zijn we met het taxibootje naar de andere kant van de pas gevaren. Daar lag immers het grootste deel van de hoofdstad. Nou, de officiële gebouwen zoals postkantoor en stadhuis en dergelijke stonden er wel, maar verder was er niet veel. Wel hebben we een mooie wandeling gemaakt. Daarbij kwamen we ook een man bezig die kokosnoten aan het kraken was. Die worden dan gedroogd onder een afdak; copra en coprashed genoemd. De copra wordt later uitgeperst voor de olie, die onder andere in huidcosmetica gebruikt wordt. Coprasheds kom je in heel Frans Polynesië veel tegen. Kokospalmen staan echt overal. 
Tijdens onze wandeling kwamen we ook langs twee begraafplaatsen tegenover elkaar. Volgens ons was de ene katholiek en de andere voor de andere christelijke groepen. Helaas zie je dat de meeste mensen niet zo oud worden in deze contreien; een jaar of 50 is wel zo’n beetje het maximum. Ook hebben we nog een hele tijd bij de pas staan kijken. Wat een natuurgeweld, wat een stroming. Wandelend over het strand aan de oceaankant vind je overal stukjes en ook grotere stukken koraal. De mensen proberen de wind een beetje tegen te houden door planten en bomen aan te planten.

Op 1 juli zijn we verder gevaren naar Tikehau, het atol wat naast Rangiroa ligt. We vertrokken via de kleine pas. Wat een verschil met de aankomst! Hoewel ook nu het water behoorlijk stroomde, konden we zonder veel problemen mee naar buiten varen en uit de stroming komen. Ook de pas bij Tikehau, de volgende morgen, leverde geen enkel probleem op. Terwijl voor deze pas juist gewaarschuwd werd dat het zo kan stromen en zo nauw zou zijn. Maar goed, het blijkt dat omstandigheden erg verschillend kunnen zijn. Na netjes de tonnen gevolgd te hebben naar het stadje, zagen we een kleine haven. We hebben daar aangemeerd en hebben daar lekker een paar dagen gelegen, zonder ook maar iets te hoeven betalen. Bij aankomst zag ik zeker 5 blacktip reefsharks in de haven zwemmen. Ook zat er genoeg andere, mooi gekleurde vis.
Tikehau is een prachtig atol, een echte droombestemming. Er zit een peperduur resort, waarvan de kamers ondergebracht zijn in hutjes die boven het water gebouwd zijn. Dit resort zit echter op geruime afstand van het plaatsje. Met andere woorden: je hebt er geen last van.








Ook zijn er wat kleinere resorts met soortgelijke hutjes. Die hutjes zien er op zich wel heel leuk uit en het is dermate kleinschalig, dat het niet storend is. In een van die kleinere resorts hebben we op een avond heerlijk gegeten. De gastheer zag eruit als Piet Piraat, met een blote bast en kettingen om etc. Maar het was toch wel erg leuk.
 Tikehau staat bekend vanwege de Manta’s. Hoewel wij in de Markiezen verwend zijn met 2 grote manta’s vlak naast onze boot, waarmee ik zelfs gezwommen heb, wilde ik deze prachtige beesten toch graag nog een keer zien. Op 5 juli kon ik met de plaatselijke duikschool mee voor een boottrip met 2 duiken. Het werd al snel duidelijk dat het “manta cleaning station”, een verlaten pearlfarm waar manta’s komen om zich door kleine visjes schoon te laten eten, meestal ook door de manta’s verlaten was. De duikschool bood geen duiken meer aan hier naartoe, omdat het verder geen interessante duikplaats is en je dus meestal geen manta’s ziet. Ze gaan er echter wel iedere ochtend op weg naar de pas langs. En nu hadden we geluk! Er was 1 grote manta te bewonderen. Met snorkels en vinnen hebben we eerst van een afstandje dit prachtige dier bewonderd. Daarna weer aan boord en door naar onze duikspot buiten de pas. Aan de oceaankant is het water meestal helderder dan in het atol. Langs de “drop off” prachtig koraal en veel vis. We zijn tot 27 meter diep gegaan. Daarna al scharrelend weer langs de wand omhoog. Zeer grote Napoleonvissen, groepen bannerfish en nog veel meer. Aan het eind van onze duik zagen we nog een grote school van een soort kleine barracuda’s. Het is een verwante soort; Barracuda’s zijn meestal solitair.
De pas was uitstromend tijdens onze tweede duik. Dan is het water minder helder, maar het voordeel is dat scholen vis wel in de pas blijven. We hebben dus toch in de pas gedoken en inderdaad, het stikte echt van de scholen vis. Onder een rotspunt lagen 2 witpunt rifhaaien te chillen. Een schildpad kwam langs zwemmen. Een enorme steenvis zat goed verstopt in het koraal; die zie je dus echt niet! Ze zijn zelfs een beetje begroeid. Ook 2 enorm murene’s, grote scholen red snappers, sergeants en sergeant majors. Wederom een schitterende duik!
Ook in Tikehau waren de mensen weer bijzonder vriendelijk. Iedereen groet, hetzij in het Tahitiaans (Io rana) of in het Frans. Bijzonder was dat de bakker hier pas ’s middags brood had; pas om 16.00 uur kon je een lekker stokbroodje kopen. Normaal is het brood ’s morgens om 7.00 uur al uitverkocht, maar hier dus niet.
Het vervoer op de atollen was per boot of kano, erg oude auto, driewieler (fiets met grote mand/rek achterop om dingen te vervoeren) en brommertje.










Na 5 dagen op Tikehau zijn we weer uit dit bijzondere gebied vertrokken op weg naar de benedenwindse society eilanden (Huahine, BoraBora etc.). We zijn erg blij dat we terug gegaan zijn naar de Tuamotu’s; het was zeer de moeite waard.



Einde bericht

zaterdag 17 juni 2017

Frans Polynesië, de Markiezen


Frans Polynesië, de Markiezen

Allereerst, waar zijn wij en waar liggen die Markiezen. We zijn in Polynesië in het deel dat Frans Polynesië heet, op de kaart hieronder kun je zien waar dat ligt.

Frans Polynesië heeft vier eiland groepen: Markiezen; Tuamotu’s; Society en de Australs.
De eilanden zijn ontstaan uit vulkanische activiteit waarbij de Markiezen de jongste zijn, die eilanden zijn hoog vruchtbaar en groen waar alles op groeit.

De Tuamotu’s zijn de oudste, dit zijn atollen, die ontstaan doordat het eiland wegzakt in de bodem van de oceaan, de rand van de eilanden waar koraal groeit houdt het zakken van het eiland bij. Met de groei van dat koraal ontstaat dus het atol, lagoons (lagunes) met een koraalrif er omheen, deze atollen kunnen 80KM lang zijn en 35KM breed (wij zien het als enorme meren in de oceaan).

De Societies zitten qua ouderdom in het midden, het zijn hoge vruchtbare eilanden met daaromheen een koraalrif en daarbinnen dus lagoons. De meest bekende eilanden van de Societies zijn Tahiti en BoraBora.

Het klimaat is heerlijk tropisch waarbij in de winter van het zuidelijk halfrond (de Nederlandse zomer) het droger is en iets minder heet. In Frans Polynesië leven circa 250.000 mensen waarvan 170.000 op Tahiti. De rest woont op 5 van de 9 eilanden van de Markiezen; op 45 van de 75 atols van de Tuamotu’s; en op de omringende eilanden van Tahiti. Het is dus buiten Tahiti erg dun bevolkt, op de atollen kom je gemeenschappen tegen van 200 mensen.

Op de Tuamotu’s hebben de Fransen sinds 1963 hun 175 kernproeven gedaan, de laatste in 1996, dat deel van de Tuamotu’s (zuid oostelijk) zullen wij mijden.

Hieronder zie je die eiland groepen en een indicatie van de afstanden binnen Frans Polynesië.
Op de kaart zie je ook een groep Gambiers staan maar die behoort tot de Tuamotu’s.


De Markiezen.

Wij zijn op 30 maart op de Markiezen aangekomen op het eiland Hiva Oa, de plaats Atuona. Hiva Oa is het belangrijkste eiland van de 3 bewoonde eilanden van de zuidelijke groep in de Markiezen. We kwamen aan in de nacht en zijn toch naar het begin van de baai gevaren omdat die vrij ruim is en daar in diep water voor anker gegaan(normaal vaar je in het donker geen onbekende baai binnen, je ziet helemaal niets, geen ondieptes of zelfs de kustlijn niet). De volgende dag zijn we de baai verder ingevaren en op  twee ankers gaan liggen, zowel één voor als één achter zodat je niet om je anker draait omdat de ruimte te beperkt is en te voorkomen dat je tegen andere schepen botst. (Voor de niet zeilers: als je op een diepte van 20 meter ankert moet je minimaal 60 meter ankerketting uitbrengen, liefst meer, als je daar een scheepslengte van 15 meter bij optelt heb je een totale lengte van 75 meter. De draaicirkel om je anker heen is dan circa 140 meter, die ruimte moet er wel zijn als je op één anker wilt liggen.)

Wat je direct opvalt is de enorme vruchtbaarheid van het eiland, de alom aanwezige bloemengeur en het mooie gebergte.


Langs de weg groeien de bananen, citroentjes, pamplemoes  (soort grapefruit) enz.. De mensen zijn uitermate vriendelijk, als je loopt stopt regelmatig een auto om te vragen of je een lift wilt. Bijna iedereen heeft tattoos, een hele arm of een been of beide met mooie Polynesische motieven. Wel heeft het merendeel van de bevolking een fors overgewicht.

Om het eiland goed te kunnen bekijken hebben we een auto gehuurd (4 wheel drive). Aan de verhuurder hebben we een wegenkaart gevraagd maar hij zei: “je kunt linksaf en rechtsaf vanaf hier, meer wegen zijn er niet”. We hoorden dat linksaf het retourtje 40 KM was en dat het 2 en een half uur rijden is. Na twee KM begrepen we waarom dat zo lang duurt, de weg veranderde in een offroad weg met modder en diepe kuilen. Na het retourtje van linksaf zijn we rechtsaf gegaan waar het retourtje ook 40KM was en lang duurt, kortom een hele dag onder de pannen om het eiland met de auto van links naar rechts te bekijken. We hebben wel pogingen gezien om de weg te verbeteren maar die zijn duidelijk opgegeven.
  


We hebben een archeologische site bezocht, nederzettingen bekeken en vooral genoten van het indrukwekkende landschap en de overweldigende natuur.

In de plaats Atuona konden we weer proviand inslaan en de was laten doen. We zijn de omgeving ook te voet gaan verkennen, hebben een avond op een mooie plaats hoog aan de kust met locals doorgebracht onder het genot van eten en drinken, lekker bijkomen van de oceaantocht. We hebben hier voor het eerst kennis gemaakt met de relaxte Polynesische sfeer en entourage, eigenlijk is dat het belangrijkste. De begraafplaats van Atuona hebben we bezocht omdat er twee beroemdheden liggen, die ligt nogal hoog op de berg, na een klimmetje vind je daar het graf van Brel en van Gauguin.
 


Na een aantal dagen zijn we naar het eiland Fatu Hiva gevaren. Dat eiland is het meest bekend van zijn mooie baai “Virgin Bay”. Eigenlijk heette de baai in het frans “baai van de penissen” refererend aan de vorm van de rotsformaties maar de missionarissen hebben het in het frans “baai van maagden” genoemd, dat kon eenvoudig omdat je in het frans maar één letter hoeft te veranderen. De missionarissen hebben hun werk voortvarend gedaan, de bevolking is bijzonder gelovig, van veel beelden de penis afgehakt en  de oorspronkelijke religie is verdwenen. Waar wij ze dankbaar voor zijn is dat het menseneten gestopt is, we voelen ons veilg. We hebben een plaatje geschoten van een stukje van de baai, in de tweede foto, close-up van de eerste, kun je de geiten zien die in staat zijn om verticaal die rotsen te beklimmen, telkens weer een mooi en verbazingwekkend gezicht.


   De nationale sport is Petange en kano varen, ze houden daar kampioenschappen in en het is een groot sociaal evenement. Om het eiland beter te zien zijn we van de baai naar het volgende plaatsje gelopen (15km en over de bergrug), we hebben ons samen met een Zweeds echtpaar met een snelle boot laten terugvaren. De terugvaart was bijzonder, we werden teruggevaren door een travestiet en haar partner die ons de mooie plaatsen langs de kust lieten zien. Het was continue lachen aan boord. In Polynesië komen erg veel travestieten en ladyboys voor, het is een volkomen geaccepteerde en normale levenswijze. Wij moeten wel eens gniffelen als je harige benen onder een minirokje ziet. Een heel aantal keren moet je twee keer kijken om te zien dat een erg mooie dame met fraaie borsten en kledij forse voeten heeft, als ze spreken is het eenvoudiger te herkennen, de stem is meestal mannelijk.


 
Bij dit eiland is het, net als de meeste in de Markiezen, niet goed snorkelen omdat als er een regenbui valt het water rondom het eiland troebel wordt van de erosie van de vruchtbare grond op de bergen. Al die eilanden hebben veel watervallen, liggende in een baai hebben we er zeven geteld die van daaruit zichtbaar waren. Op dit eiland hebben we een hike gedaan naar een waterval en in de pool daaronder in heerlijk zoet water gezwommen. Met een aantal “mede yachties” hebben we bij mensen thuis gegeten, tonijn en geit met rijst.


 
Met moeite hebben we afscheid genomen van Fatu Hiva om naar het eiland Tahuata te varen. In de baai waar we zijn gaan ankeren is het wel goed snorkelen, helder water en weer veel vis. Onderweg naar het eiland weer de nodige dolfijnen voor de boeg en in de baai Manta’s. De Manta’s kwamen zo dicht bij de boot dat Anneke in het water is gegaan en die dieren kwamen op een armlengte afstand bij haar, indrukwekkende dieren. In die baai hebben we onze eerste blacktip rif haai gezien, gelukkig schijnt die soort niet van mensen te houden. We willen ook een plaatje laten zien van een vracht/cruise schip. Dat schip vaart in deze regio, de achterkant is voor de cruiseschip passagiers en de voorkant voor de vracht, een bijzondere combinatie maar wel logisch gezien de beperkte behoefte aan beide.
Manta vlak bij ons schip


 
Na het relaxen op Tahuata zijn we naar de noordkant van Hiva Oa gevaren in een erg mooie baai. We hebben daar een hike gedaan die fantastisch was maar we zijn enorm gebeten door de kleine muggen. Anneke was kampioen met honderden beten op benen en armen, we hebben één been geteld en kwamen tot over de honderd, het heeft twee weken geduurd voor zij weer enigszins presentabel was. Omdat we haast hadden om met de bijboot naar ons schip te gaan hebben we niet goed gelet op water dat in onze bijboot kwam toen we door de branding gingen, het gevolg is dat onze geweldige camera enige tijd in de rugzak in zeewater heeft gelegen en volledig kapot is (dom want we hebben waterdichte transportzakken), we zullen voorlopig met de telefoon foto’s moeten maken.
ons schip in de verte, alleen in de bijtmugjes baai
Mijn voeten, standaard na een hike


 
We zijn snel vertrokken naar het eiland  Nuku Hiva van de noordelijke groep eilanden. Op dit eiland hebben we veel regen gehad om twee redenen, de belangrijkste ankerplaatsen liggen aan de zuidkant waar de wind tegenaan blaast en de wolken hun regen laten vallen EN het regenseizoen was begonnen. Op de Markiezen begint in mei het regenseizoen terwijl in de Tuamotu’s dan het droge seizoen begint. Hoewel die twee eilandengroepen maar 900 km van elkaar verwijderd liggen zijn de weerstypen erg verschillend (het voert te ver om de oorzaak uit te leggen). Ook hier (Nuku Hiva) weer fantastische mensen en mooie dingen om te zien en te beleven zoals speciale kerken, watervallen, landschappen en we zijn hier twee Nederlandse jachten tegengekomen die we kenden vanuit de Carieb, een heel gezellig en hartelijk weerzien.

Ik ga niet weer het mooie eiland beschrijven maar wat aardige dingen. De mensen leven hier bij het daglicht: 6 uur is het volledig licht en ’s avonds 6 uur donker dus vroeg naar bed en vroeg op. Om half zes in de ochtend is het leven in volle gang, dat kun je ook zien aan de openingstijden van de winkels: open van 5:00 uur  tot 19:00 uur behalve op zondag. Op zondag is er tijdens de kerkuren een winkelsluiting, de mensen zijn erg gelovig dankzij de missionarissen. Het is grappig dat je de Christelijke figuren in het houtsnijwerk van de kerken terugziet met Polynesische hoofden en voeten.


 
Wat je bijblijft van alle eilanden zijn de enorme hoeveelheid mekkerende “wilde” geiten die overal lopen; de overvloedige groei van fruit die je zo kunt plukken; de heerlijke sfeer; de indrukwekkende bergen en landschappen; de mooie baaien; de overweldigende bloemengeur als je een eiland nadert, daarna ben je eraan gewend en ruik je het niet meer en de vriendelijkheid van mensen. We hebben van ene Kevin (jongeman met mooie roodgelakte teennagels) zomaar een tros bananen gekregen, Anneke heeft met locals ruilhandel bedreven door shirts te ruilen voor fruit enzovoorts.

We hebben nog een mooi eiland bezocht, Oa Pou,  en zijn van daaruit na ruim een maand op 2 mei 2017 vertrokken naar de Tuamotu’s, een tocht van 475 mijl. Daarover meer in het volgende bericht.