vrijdag 1 december 2017

Samoa deel 1

Na vertrek op 28 oktober vanaf Huahine, een van de Society eilanden, hebben we 13 dagen op zee gezeten. Aangezien de hele afstand iets van 1250 mijl was en we normaal gesproken met een daggemiddelde van 125 mijl rekenen, hadden we verwacht er maximaal 10 tot 12 dagen over te doen. Mooi niet dus! Het gebied waar we nu varen is de SPCZ; south pacific convergence zone. Dit gebied kenmerkt zich doordat de moesson en de passaat elkaar in dit gebied ontmoeten. Het geeft een doldrum-achtige toestand: onvoorspelbaar weer met vaak heel weinig wind en in het seizoen veel regen. Vaar je met een gemiddelde van 2 knopen per uur, terwijl je er nog iets van 1000 moet. Lekker dan! Al met al dus meer op de motor gevaren dan gehoopt en gedacht, maar na 13 dagen waren we dan eindelijk op Samoa.

Vroeger heetten deze eilanden West-Samoa, als onderscheid van American Samoa, een naastgelegen eiland onder Amerikaanse vlag. West-Samoa bestaat uit 2 eilanden en is al sinds 1962 zelfstandig. Het heeft ervoor gekozen het “West” in de naam te laten vervallen en heet dus nu gewoon Samoa. Wij kwamen op vrijdag 10 november aan op het eiland Upolu in de hoofdstad Apia. Snelle rekenaars onder jullie zullen nu wellicht opmerken dat Heinze en ik niet meer kunnen rekenen. Dit zijn immers 14 dagen!? Klopt! Maar Samoa heeft eveneens een aantal jaar geleden besloten de datumgrens te veranderen. Nu is de datum van Samoa gelijk aan o.a Nieuw Zeeland en dat is een belangrijke handelspartner. Nog een voordeel: wij zijn hier straks de eersten die het nieuwe jaar ingaan! Maar daarvoor hebben we onderweg wel een dag ingeleverd. Maar ach, als je zo’n tijd op zee zit, ben je je dagen toch al kwijt. Dus of je nou 13 of 14 dagen onderweg was, maakt voor je gevoel niet uit. Ook bijzonder: ze houden de tijd van Frans Polynesië aan. Zelfde tijd, maar wel een dag later dus (UTC +14).
De kathedraal van APIA Samo met openingstijden


Als je de pilots leest (en dat doen wij), lees je dat je in Samoa altijd goed bedekt over straat moet gaan. Vrouwen moeten enkellange rokken aan en blouses of shirts met lange mouwen. Mannen in lange broek of in Lavalavas, een soort sarong, met ook liefst een overhemd met lange mouwen. Wij hadden dus beide wel netjes een shirt (ipv een singlet) aangetrokken met een bermuda om de haven in te varen. Eerste wat ik zag was een medezeiler die in zwembroek en blote bast op zijn schip zat.  Maar goed, misschien dat die zich niet goed aan de beleefdheidsregels hield? Ook mag je je schip niet af, tot je volledig ingeklaard bent.

Officieel mag je je boot dus niet eens vastleggen aan het ponton van de marina. Echter, we hadden al vanaf ’s ochtends vroeg op kanaal 16 via de Marifoon geprobeerd Port Control op te roepen. Maar absolute radiostilte.  Nou zou je kunnen denken dat men niet geïnteresseerd is in een zeiljachtje. Echter, een tanker die ook binnen wilde lopen kreeg ook geen antwoord. Vreemd! Wij zijn dus maar brutaal geweest en zijn gewoon binnen gelopen. De andere zeiler bleek een superaardige Duitse jongen te zijn, die samen met 2 opstappers onderweg is naar Nieuw Caledonië.  Vervolgens stond er een taxichauffeur bij onze boot, die vertelde dat hij de Healthdepartment wel even voor ons zou bellen!?? En later kwam er ook een dame van de marina, die ook vertelde dat de instanties geïnformeerd waren over onze aankomst. Want onderschat het niet, je moet bezocht worden door Health, Quarantaine, Customs en daarna moet je zelf nog naar Immigration. Maar voordat de 1e 3 geweest zijn mag je je schip dus niet af. Wij vonden het op zich wel best. Met een biertje (de 1e na 13 dagen) in het zonnetje en een chipje erbij vinden wij al gauw veel goed. Maar al wat er kwam, geen instanties. De dame van de marina vroeg ons om, als we toch van ons schip af zouden gaan, dat vooral niet te vertellen. Zij zijn als marina verantwoordelijk en het is regelrecht illegaal om toch op stap te gaan, als je nog geen “clearance” hebt. Tegelijkertijd is iedereen heel relaxed op Samoa. Wij zijn dus vrijdag eind van de middag lekker op stap gegaan. We zijn eerst naar het centrum gelopen om geld te halen. En niks lange rokken en broeken en shirts met lange mouwen. Wel veel mannen en vrouwen in kleurige sarongs, maar met bloesjes of shirtjes met korte mouwen en ook zowel mannen als vrouwen in korte broek. Na bij een geldautomaat cash getankt te hebben, zijn we verder gaan borrelen en eten op het terras tegenover de haven. Lekker bier, een heerlijke hamburger met friet voor geweldige prijzen! Frans Polynesië was hartstikke duur. Hier waren we 35 euro kwijt voor iets van 6 biertjes en 2 broodjes hamburger met friet. Kijk, dan kun je nog eens een hapje gaan eten! Niet dat we in Frans Polynesie nou droog gestaan hebben, dat nou ook weer niet, haha!

De volgende ochtend zijn we eerst met de taxichauffeur de stad in gegaan om een datakaartje voor internet te halen en ook wat vers eten. Hij zei steeds ons wel te zullen helpen als nu ondertussen “Health” toch gekomen was en wij er niet waren. Hij zou het wel ff regelen voor ons. De dame van Health kwam echter pas in de middag. En zei heel lief dat we nu wel van de boot af mochten, ook al waren de andere instanties nog niet geweest. “I want you to enjoy the island” zei ze. Dus op je boot zitten wachten vond ze geen goed idee. Gelukkig maar. De andere 2 kwamen pas maandagmiddag. En ze reageerden allemaal stomverbaasd op ons verhaal dat Port Control geen antwoord gegeven had op onze oproep en die van de tanker. Later is het nog wel een keer gebeurd, toen een Franse catamaran binnen kwam, dus zo bijzonder is het nou ook weer niet. Misschien vonden ze het gewoon gênant.

De linker stokbananen kost 5 Tala (1,75 euro)
Ook het verhaal dat er op Samoa niks te krijgen is, zoals te lezen is in de meeste pilots, is bulsh*t.  In Apia (de hoofdstad) is een fantastische groenten- en fruitmarkt, zijn enorm veel supermarkten en ook een aantal luxere supermarkten die een uitgebreider assortiment hebben. Ok, ik heb hier niet of nauwelijks vleeswaren gevonden, maar wel veel vers vlees (meer dan in Polynesië!) en zag zelfs schoongemaakte spruitjes (voor iets van 11 euro per kilo, dat dan weer wel). Er is een overvloed aan fruit en ook knollen die wij nog niet kenden (jams, taro, etc.), maar ook gewone aardappelen, uien en dergelijke. Ook de non-food is ruim vertegenwoordigd: Ace hardwarestore, veel chinezen met onvoorstelbaar veel rotzooi, kledingzaken enzovoort. Neem daarbij de vele barretjes en restaurantjes en je krijgt een beeld. Absolute onzin om eerst naar American Samoa te gaan, tegen veel geld en niet te vergeten: moeite in te klaren, om daar eerst boodschappen te doen. Daarbij wordt de haven van American Samoa beschreven als heel smerig en vervelend, al kunnen daar de pilots natuurlijk ook ongelijk in hebben. Enne, als je alles wilt zoals het thuis is, moet je vooral thuis blijven!

Wij genieten dus volop van Samoa. We volgen dagelijks, met goed en goedkoop internet, het weer. Want het is en blijft orkaanseizoen, of beter gezegd cycloonseizoen. Gemiddeld komen er 1 a 2 per jaar in de buurt van Samoa. De meesten daarvan in februari en maart. Ons plan is daarom om in januari te vertrekken naar het noorden, boven de evenaar, waar geen cycloondreiging is. Een en ander is in ons vorige blog na te lezen. Mocht er toch eerder een cycloon te dicht bij ons in de buurt komen, zie je die minstens 2 a 3 dagen van tevoren aankomen. Je kunt dan prima naar het noorden zeilen. Met een 200 mijl ben je buiten gevaar. Dat is dan ongeveer 1,5 dag varen: wind is er dan wel.

Vlakbij de marina is een restaurantje waar geadverteerd wordt met een Samoaanse show met eten. Het leek ons eigenlijk heel oubollig en bij daglicht zag het er allemaal wat sober uit: simpele tafeltjes met stoelen en een podium van zand. We zijn er toch maar naartoe gegaan. En werden heel positief verrast! We kregen typisch Samoaans eten, geserveerd in een groot blad, wat echt lekker was! Ook de show, met vuurdansers en ook sierlijke dames, was boven verwachting.

De foto’s zijn jammer genoeg mislukt. Echter, de volgende dag kregen we een herkansing hiervoor. Het bureau voor toerisme organiseert hier in Apia 3 keer per week een culturele presentatie. Eerst mochten we van kokosblad ons eigen “bord” vlechten. Ondertussen werd Samoaanse muziek gespeeld. Daarna werd een officieel Kavaritueel uitgevoerd. Dit is het traditionele welkomstritueel, waarbij door de dorpsoudste (kan ook een vrouw zijn!) kava aangeboden wordt aan de gasten. Ook wij kregen allen een slokje hiervan. Daarna kregen we presentaties op het terrein van houtsnijden, koken (wordt door de mannen gedaan!), kleding van boomschors maken en een soort batik.
De mannen koken
Boomschors prepareren, steeds breder maken
 
Het eindprodukt van de boomschors
Als laatste werd iets verteld over de traditionele tatoeages. De naam tatoeage komt oorspronkelijk uit dit gebied. Tatoeages zijn erg belangrijk en worden zowel door mannen als vrouwen gedragen. Een lang en pijnlijk proces. Een “total bodytatoo” wordt in ongeveer 12 langdurige sessies aangebracht. Als afsluiting kregen we het bereidde voedsel uitgereikt in de gemaakte borden. Al hadden de medewerkers volgens mij voor iedereen een nieuw bord gemaakt. Zo professioneel zagen die van ons er niet uit.

Op het bord lag een stuk taro, met daarbij taroblad met kokos crème. Daarvoor wordt alleen jong blad gebruikt. Het smaakt een beetje naar spinazie a la crème . Ook lag er een stukje vis op en een gebakken banaan. Het zijn echter onrijpe bananen, die men daarvoor gebruikt. Ik werd er niet blij van. Het was nogal droog en met weinig smaak. Maar het was wel heel leuk om traditioneel Samoaans voedsel te proeven en sommige dingen vind ik echt wel lekker. En ondertussen werden we vergast op een wervelende dansshow met traditionele muziek. Echt super leuk.

“Onze” taxichauffeur, die dus al vanaf de eerste dag regelmatig naar ons toe komt, neemt ook regelmatig traditioneel Samoaans eten mee. Van hem hebben we ook een keer yam met kokos crème gekregen. Smaakt een beetje naar gekookte aardappel met kokos crème, echt wel lekker. Hij voorziet ons ook regelmatig van vers fruit. Wij zijn eigenlijk helemaal niet van die fruiteters. Maar de verse ananas, kleine bananen, papaya en ander zongerijpt fruit zijn heerlijk! Hier op Samoa eten we dus wel veel fruit.

Ouzo, zo heet onze taxichauffeur voor buitenlanders (anders kunnen ze zijn naam toch niet onthouden en dit komt redelijk in de buurt), heeft met ons een islandtour gedaan. Hij kwam ’s morgens keurig in Lavalavas en bloem in het haar bij ons aan.
Heinze met lavalavas

Heinze draagt hier overigens ook vaak een Lavalavas. Je merkt dat het gewaardeerd wordt door de lokale bevolking. We krijgen vaak positieve reacties.

Ouzo had zijn hele hoedenplank vol liggen met vers fruit. Service van de zaak. Eet zoveel je wilt en wat er aan het einde van de dag over is, nemen jullie mee naar de boot.
Wat een prachtig eiland is dit!!

Deze waterval is 100 meter hoog


De Trench, op het plateau zie je Anneke staan alvorens ze werkelijk in het water springt.

Veel watervallen en een overdadige, groene natuur, echt super. Heel bijzonder was ook een zogenaamde trench, waarbij de oceaan grotten en ook een soort diepe trog van zeewater heeft uitgesleten. Daarin kun je dus zwemmen. Moet je wel eerst van een hele enge, steile trap af, voor je bij het water komt. Maar goed, ik laat me niet kennen.  En het water was heerlijk.

Heinze met zijn kokosnoot
Onderweg tikte Ouzo nog even een paar kokosnoten open. Ze zaten vol met kokoswater, fris, lichtzoet. Niet zo weeïg, zoals zo vaak het geval is.
Bahai tempel
Ook heel bijzonder: de Bahai tempel. Wat een prachtig gebouw. Thuis opgezocht, omdat het me deed denken aan de Lotus tempel in Delhi. En ja, het is inderdaad van hetzelfde geloof, wat vele geloven met elkaar verenigt en verschillende profeten erkent (zowel Jezus, als Mohammed, als ook andere profeten).  Onderweg hebben we natuurlijk ook de nodige dorpjes gezien. Het viel ons op dat het echt overal heel keurig is. Netjes onderhouden huizen, aangeharkte tuinen en weinig rotzooi langs de straat. Dat hebben we vaak wel anders gezien! Het was een mooie dag waarvan we genoten hebben.


Ook leuk: het busstation met de kleurige bussen. Alle bussen hebben airco. Maar dan letterlijk: ze hebben geen ramen.

Gegeten op de vlooienmarkt. Heel goedkoop, maar daarna heel hard lopen naar de wc (Heinze). Kort, maar heftig.

De walk of life meegelopen. Helaas is het zelfmoordpercentage op Samoa erg hoog, met name onder  laagopgeleide jongeren in de dorpen. Heel triest. Bijzonder om in alle vroegte (het begon om 6.00 uur) samen een uur te wandelen om hiervoor aandacht te vragen en natuurlijk ook om geld bij elkaar te brengen. Het blijkt ook een internationale beweging te zijn. Jammer dat wandelen voor de meeste mensen op Samoa wezensvreemd is. De deelname was dan ook wat beperkt. Niettemin toch de moeite waard om aandacht te vragen voor deze jeugd en ze een hart onder de riem te steken.

Dit blog begint veel te lang te worden. Maar dit is ook zo’n bijzonder en leuk land! De mensen zijn super aardig, de kleurige kleding is een lust voor het oog. Wij zijn hier nog niet uitgekeken. Wij vertrekken zaterdag naar Savaii, het andere eiland van Samoa. Het plan is om daar te gaan ankeren in 1 of meerdere baaien.  En naar Apia terug te komen voor kerst en oud en nieuw. Het schijnt dat Savaii nog mooier is dan Upolu. Kan haast niet…! 

 





zaterdag 28 oktober 2017

Het laatste stuk Frans Polynesie, op naar Samoa

Update winter 2017 – 2018

Anneke:
In onze vorige blog hebben wij al verteld dat we naar Moorea zouden gaan in de hoop walvissen te zien. Na uitgebreid geproviandeerd te hebben bij de grote Carrefour in Papeete, zijn we op 18 september teruggevaren naar Moorea. We hebben daar op de zandplaat bij Oponohubaai geankerd. Je kunt daar toch ook nog wel aardig snorkelen, ligt binnen het rif dus beschut en hebt uitzicht over de oceaan. En die walvissen? Nou, die hebben we zeker gezien! Soms kregen we een hele show, die vanaf de boot goed zichtbaar was.  Springen boven het water, flink met de staart slaan, enzovoort. We hebben genoten! Ik ben ook nog met een walvistour mee geweest. Enthousiaste verhalen van andere cruisers over zo’n tocht trokken mij over de streep om toch ook zo’n tour te boeken. En het was de investering dik waard.

De walvistour: Na een korte tocht over het eiland kwamen we aan bij de boot. We waren met 2 gezinnen met kinderen, 1 stelletje wat op huwelijksreis was, ik (Anneke) en 2 crewleden. We kregen eerst uitleg over de bultruggen. Ook werd gezegd dat je ze absoluut niet mocht aanraken, omdat ze voor ons schadelijke bacteriën bij zich zouden hebben. Volgens mij is dat een flauwekul verhaal, om mensen ervan te weerhouden de dieren aan te raken.  En dat moet je natuurlijk inderdaad niet doen.  We voeren uit de baai weg en zagen gelijk al een spuit van een walvis. Even later zagen we de karakteristieke staart. We voeren daar dus heen.  Er zijn ook voor die tourbootjes allerlei regels. Zo mogen ze niet te dicht bij de walvissen komen. We werden dus een behoorlijk stuk zwemmen bij de walvis vandaan in het water gedropt. Een van de crewleden zwom voor ons uit en positioneerde ons op een plek waar we de walvis niet stoorden en haar toch goed konden zien. Want, het was een moeder met haar kalf! Moeder bleef vrij diep onder water stil liggen en het kalf kwam regelmatig naar boven gezwommen, zwom dan een rondje, bekeek ons allemaal eens en ging dan weer terug naar de moeder. Daar bleef het dan weer even een poosje liggen, om nog eens weer een rondje te gaan maken. Het allermooiste moment vond ik toen moeder samen met bij haar vin haar kalf naar boven kwam.  Echt ontroerend mooi! Ik had nooit gedacht dat ik zo’n prachtig dier zo dichtbij, al snorkelend, zou mogen zien. Ik voel me bevoorrecht. Na een klein stukje zwemmen ging moeder weer stilliggen. Het was dichtbij genoeg om er naartoe te zwemmen en dat hebben wij, op de vaders met de kinderen na, ook gedaan. En daar herhaalde het schouwspel zich nog een keer.  Toen de moeder weer verder ging, kwam ze nog een keer boven, waarbij ze met haar hele kop uit het water kwam en met een grote splash vertrok.


Nog een flinke staartbeweging en weg was ze met haar kalf. Wat een geweldige ervaring! Wij terug naar de boot. Nog een stuk voor de kust langs gevaren, waar we nog een walvis zagen. Maar die was “on the move”, dus daar konden we niet mee snorkelen. Omdat we langs onze boot kwamen, heb ik gevraagd mij daar af te zetten. Men ging nog naar stingraycity, waar de blacktip reefsharks en stingrays (pijlstaart roggen) gevoerd worden. Ik had totaal geen zin in die Disneyachtige toestanden na het prachtige schouwspel van daarvoor. Die beurt heb ik dus aan me voorbij laten gaan.

Omdat wij van plan waren om op de Markiezen te overzomeren (de winter in Nederland), hebben we het weer continu in de gaten gehouden. Maar de wind bleef oost, oost, oost. En daar moet je nou net naartoe. Oftewel: 800 mijl met de wind en de golven op de kop met daarbij nog tegenstroom. Geen doen dus. We hadden ook nog graag een tussenstop willen maken op de Tuamotu’s, maar hoorden verschillende verhalen van zeiljachten die teruggekeerd waren (of halverwege gedraaid) vanwege deze weersomstandigheden. Vrienden van ons zijn later zelfs nog tot de pas bij Tikehau geweest (een van de Tuamotu’s), maar kwamen vanwege de sterke uitstroom, veroorzaakt door de continue oostelijke wind, niet naar binnen. En zijn dus het hele eind weer terug gevaren (5 dagen op zee!). Wij bleven dus op Moorea wachten op betere wind.
Muziek bij de baai, gezellig
We hebben nog een prachtige wandeling gemaakt op Moorea. Eerst langs de baai naar Cooks bay, waar we al eerder gelegen hadden. Daarna met een grote boog door de bergen en de ananasvelden terug naar Oponohu. 3,5 uur wandelen, maar het was het waard. Ook een wandeling naar de top van de “Magic Mountain” was prachtig.
Heinze aan de wandel

Mango's zie je vaak

Mooie vergezichten tijdens wandeling
Omdat de windverwachting ook toen nog voorlopig geen gunstige ontwikkeling liet zien, zijn we op 7 oktober vertrokken naar Huahine, een van de Society eilanden. De wind, die continu heel sterk geweest was, was eindelijk wat afgenomen en we gebruikten dat weergat dus voor onze tocht naar Huahine. Ook daar waren we eerder geweest (zie ons vorige blog), maar daar vinden we het erg leuk. Huahine is een prachtig eiland en de mensen zijn vriendelijk en relaxed. Voeg daarbij helder water, een goede supermarkt, happy hour en goed restaurant op de yachtclub (Sjoerd zijn verjaardag) en dan zijn wij al snel gelukkig.

We hebben eerst 13 dagen gelegen bij Fare, het hoofdstadje van Huahine. De wind was weer flink opgestoken en dan is dit de meest beschutte baai. We hebben de gelegenheid te baat genomen om ook hier een flinke wandeling te maken. Namelijk om het hoofdeiland van Huahine, Huahine-Nui, heen. Een prachtige wandeling van maar liefst 25 km. Het is leuk om het eiland zo op een andere manier te zien. Je komt door kleine dorpjes, ziet af en toe andere begroeiing en ander landschap. Op deze tocht zagen we ook hele bijzondere fishtraps in de rivier. Zie foto.
Fishtrap, makkelijk vissen

Mooie bloemen in de natuur
Ook kwamen we na een stevige klim (2 km 15% stijging) op een uitzichtpunt. Echt de moeite waard; het was een leuke dag.

Op 21 oktober was de wind voldoende afgenomen om naar onze volgende baai te kunnen vertrekken. Op aanraden van vrienden gingen we naar een plek achter een motu (klein eilandje), waar 3 moorings liggen. Eind van de dag kwam er vanaf de motu een mannetje in een kano, die ons uitnodigde om de volgende dag naar het strandje te komen. Ook zei hij dat we gratis aan de mooring mochten liggen. De eerste nacht hebben we helemaal alleen gelegen in deze schitterende baai. Wat een rust! De volgende dag kwam de man met de kano terug naar het strand, waar hij ook een hutje heeft staan. Later op de ochtend zou hij kokosbrood gaan bakken, breadfruit gaan klaarmaken et cetera. Wij zijn eerst gaan snorkelen. Er is daar namelijk een hele mooie plek, waar ook toeristenbootjes naartoe komen. Het is echt een van de mooiste plekken waar ik ooit heb gesnorkeld en ik mag wel zeggen dat ik ondertussen verwend ben.
Onze nieuwe camera kan onderwater fotograferen




Ik vermoed overigens wel dat men de vissen daar voert. Het moment dat je in het water springt word je omringd met allerlei soorten vissen. En dan niet een paar, maar echt hele scholen vis! En dan nog mooi koraal op flink wat plekken. Wij waren er met zijn tweeën en uiteraard hebben we niet gevoerd.
Later op de ochtend zijn we terug gegaan naar het strandje. De man die zich voorstelde als Sikki, wat “zwart” schijnt te betekenen, liet mij een kokosnoot uitraspen.
Anneke raspt kokosnoten
Die kokosrasp wordt uitgeknepen boven meel met gist, een beetje suiker en een beetje kokosrasp. Dat wordt door elkaar gekneed tot een vrij nat deeg, wat in kleine hoopjes op bladeren gelegd wordt. Het geheel wordt ook weer met een blad afgedekt en vervolgens op de BBQ boven een open vuurtje gebakken.
Breadfruit voorbereiden

Kokosbrood maken

Handen branden

op de BBQ


Heerlijk! De breadfruit wordt in het vuur gelegd, met alleen een kruis ingekeept in de bodem. Als de schil al flink zwart is wordt het geheel gedraaid. Als laatste wordt de schil eraf gesneden en wordt de vrucht in vieren gedeeld. Het hart wordt eruit gehaald. Kleine visjes schijnen het heel lekker te vinden en eten het gewoon uit je hand. De gare breadfruit wordt gedeeltelijk in stukjes gesneden en zo gegeten en een ander deel werd nog overgoten met kokosmelk. Een leuk gezicht was dat Sikki de uitgeholde kokosnoten gebruikte om daarin het breadfruit met kokosmelk te serveren. Het was een hele leuke dag. En, wat ons als Hollanders aanspreekt: gratis! Natuurlijk hebben we wel een kleinigheid gegeven in de vorm van een zak meel met gist. Deze man is de bewaker van dit eilandje en doet deze bezigheden met de toeristen. Wellicht wordt hij ook officieel geboekt door touristoffices, maar dus ook spontaan voor mensen die langskomen. Later in de week kwamen ook onze vrienden van de Jonas en hebben we het met zijn allen nog een keer dunnetjes over gedaan. Leuk hoor!
Een andere dag hebben we met onze dinghy met de grote, nieuwe motor een tochtje van een paar mijl gemaakt naar Haapu, een dorpje in een volgende baai.
Er waren vele zwanen in allerlei uitvoeringen
Wat een leuk plaatsje! Leuke kunst, zwanen gemaakt van oude autobanden, picknickbanken en zitjes sierden de waterkant. Grappig was dat we aangesproken werden door een dame op een fietsje. Ze stelde zich voor en liet een zak zien, waarin mango’s, een ananas en een papaya zaten. Ze zei dat ze Heinze had horen zeggen dat hij trek had in bananen (maar die zaten er dus niet in) en dat dit voor ons was. Ik dacht even dat het een cadeau was, maar dat was het dus niet. Het kostte 500 Franc, ongeveer 4,25 euro, zeker niet duur. We hebben het dus meegenomen.      
Staarten van de tonijn

Kano parkeren

Onze baai
Heinze:
We hebben onze plannen gewijzigd en willen nu overzomeren op de Marshall eilanden. Je moet naar het noorden om in het orkaanseizoen veilig te zijn. Hieronder een kaartje met onze routeplanning.
We vertrekken morgen (28 oktober), na zeven maanden genoten te hebben van Frans Polynesie, vanuit Huahine naar Samoa (het oude West Samoa) waar we een aantal weken zullen blijven. Daarna gaan we naar Tuvalu waar we een aantal dagen zullen blijven. Dan naar Kiribati voor een aantal dagen en tenslotte naar de Marshall Islands. Zoals je kunt zien wordt het een forse tocht. Het orkaanseizoen begint in november met het hoogtepunt in december t/m februari en loopt af op 31 maart. We gaan na het orkaanseizoen naar Tonga en Fiji. Je moet vanaf 1 november het weer goed in de gaten houden, ook de datum 31 maart is een richtdatum, in 2016 is er eind april nog een enorme orkaan op Samoa geweest.

Ons volgende blog verwachten we op Samoa te schrijven.

zaterdag 23 september 2017

Frans Polynesie de Society Islands

 Blog Society Islands, geschreven door Anneke.

Tahiti
Op 20 mei kwamen wij aan op Tahiti, Papeete. Dit was een ingelaste stop vanwege onze accu’s, die vervangen moesten worden. Hoewel Papeete geen mooie stad is, je kunt hem zelfs vies en druk noemen, genoten wij er toch van. Dat heeft vooral te maken met het feit dat we al een hele tijd geen “echte” stad meer gezien hadden. We verlieten Panama city in februari. Daarna hebben we geen stad van betekenis meer gezien. Papeete is een levendige stad.













We genoten van de winkels, chandlers, barretjes, boulevard (waar je ’s morgens vroeg prima kan hardlopen; daarna is het te warm), de marina, 2 fantastische supermarkten (Carrefoure), de overdekte markthal met groenten en fruit en de roulottes. Roulottes zijn kleine busjes, waarin een complete kleine keuken met ook tafels en krukjes opgeslagen zijn. Ze komen ’s avonds rond 18.00 uur aangereden op een groot plein. Hierna worden tafels en krukjes uitgeladen en opgesteld. En het restaurant is geopend! Super gezellig en niet duur. Er staan vooral veel roulottes van Chinese origine, maar je kunt ook pizza, steak frites en pannenkoeken bestellen. Meenemen kan ook, maar hebben wij niet gedaan. Wat wij bijzonder vonden is dat aan de rand van het plein daklozen de roulotte-gangers opwachten. Veel mensen nemen een doggybag mee, die meestal afgestaan worden aan de daklozen.

Zoals in ons vorige blog te lezen was, zijn we na de stop op Tahiti in mei via Moorea teruggegaan naar de Tuamotu’s.  Hierna zijn wij via de Leeward Islands (Huahine, Raiathea, Tahaa, Bora Bora, Maupiti) teruggegaan via Moorea naar Tahiti. Op 8 augustus kwamen wij terug in de marina van Papeete, Tahiti. Vanwege de leesbaarheid zal ik echter hier ook onze verdere belevenissen op Tahiti beschrijven.

Wij hebben op Tahiti een dag een auto gehuurd. Daarvoor liepen we zo’n 6,5 km naar het vliegveld waar Ecocar zit; verreweg de goedkoopste auto verhuurder. Als je bij de Tourist information vraagt wat er zoal te doen is op Tahiti, komt men vooral aanzetten met de mooiste stranden. Waarin wij totaal niet geïnteresseerd zijn. Wij zien zo al strand genoeg. Maar er zijn ook mooie watervallen, Venus Point, waar Cook de planeet Venus bestudeerde, prachtig berglandschap, een isthmus (smalle landtong) die het grote Tahiti (Tahiti Nui) verbindt met het kleine schiereiland Tahiti (Tahiti Iti). Op Tahiti Iti is een plek met een “eeuwige golf”.

We hebben dus een rondrit over Tahiti Nui, Tahiti Iti en daarna weer Tahiti Nui gemaakt. We begonnen bij Venus Point.  Hier lagen in de tijd van Cook de grote schepen voor anker. Op de kust is een lieflijke vuurtoren, omgeven door een park. Het bleek een feestdag te zijn en het park werd bevolkt door lokale mensen, die hier gingen recreëren. Lekker zwemmen, picknicken en spelen. Bijzonder was het monument waarop stond wanneer het christelijke geloof naar Polynesië gebracht is. Onder andere ook wanneer de eerste Polynesische koning gedoopt is.

We hebben de kustweg verder gevolgd. Een heel bekende bezienswaardigheid op Tahiti is “les trois cascades”; de drie watervallen. We waren bij de autoverhuur al gewaarschuwd dat deze plek waarschijnlijk afgesloten zou zijn. Door slecht weer zouden de paden dermate slecht zijn geworden, dat toegang niet mogelijk zou zijn. Uit de beschrijvingen wisten wij dat de eerste waterval de grootste en tevens de mooiste is. We hebben een versperring genegeerd (we zijn er overheen gestapt) en konden zo de eerste waterval bereiken. Prachtig! De paden naar de andere 2 watervallen waren echt gebarricadeerd en er stonden borden dat het verboden was ze te betreden. Die hebben we dus maar gelaten voor wat het was.


Daarna vervolgden we onze weg over de isthmus naar Tahiti Iti. Hier was ook een uitkijkpunt, waar je beide Tahiti’s kunt zien. De weg er naartoe leidde langs een soort bergweiden, waar ook de nodige koeien stonden te grazen. Ja, ook de bonte Hollandse koeien! Helaas was het mistig op de berg en was daarmee het zicht bij het uitzichtpunt erg slecht. Jammer, maar de weg erheen was zeker de moeite waard. Het was ook leuk te zien dat op Tahiti Iti de nodige gewassen verbouwd worden. Dat is bijzonder, omdat je het maar zo weinig ziet op de Society Islands. Meestal komt men niet verder dan het verbouwen van een paar bananen en wat kokosnoten. Maar hier zagen we tomaten, aubergines et cetera.
We zijn nog even naar de plek gegaan waar de eeuwige golf is. Door de ligging van het rif t.o.v. de oceaan is op deze plek grote golfslag. Dit is de surfspot van Tahiti en hier komen van over de hele wereld surfers. We waren er een paar dagen voor een grote internationale surfwedstrijd. Het was hier gezellig druk, met verschillende eettentjes. Wij hebben dus ook maar een belegd stokbroodje genomen.

Wij kopen regelmatig een belegd stokbroodje als ontbijt of als lunch. Wij nemen altijd een traditioneel broodje, zoals met ham en kaas. Hier worden stokbroodjes echter ook vaak belegd met gehakt en frites of met chow men (chinese mie met groenten en vlees). Wij hebben ons er niet aan gewaagd; het lijkt ons echt smerig. De voorkeur voor dit soort voedsel verklaart misschien wel waarom veel mensen hier zo enorm dik zijn.

Op onze verdere tocht op Tahiti Nui kwamen we nog langs grotten; eigenlijk meer een soort natuurlijke gewelven. Ook heel mooi gelegen met mooie natuur. En daarna waren we weer terug in Papeete; het was een leuke dag.
Er lagen in de haven verschillende superyachts van honderden miljoenen dollars.
 






Uitzicht vanaf de boot in de haven van Papeete. Nadeel van zo’n groot jacht: het moet schoon zijn!

Moorea
Moorea hebben we eveneens twee maal aangedaan. De eerste keer arriveerden wij op 7 juni in Cook’s bay. Ja, er zijn hier heel veel plaatsen naar die meneer Cook vernoemd. Moorea is een klein eiland, wat vlak bij Tahiti ligt. Vanaf Tahiti kun je Moorea meestal mooi zien liggen. Na een tocht van een kleine 25 mijl kwamen we dus in Cook’s bay aan. Na doorvaart door het rif kom je in een diepe baai. Helaas is het water in die baai niet helder. Zeker na een regenbui spoelt de modder van de hoge bergen af en heb je “murky water”.  Hier zagen we in de plaatselijke (vissers)haven enorme haaien zwemmen. Het zijn lemon sharks. Het schijnen ongevaarlijke goedzakken te zijn, maar zien er toch indrukwekkend uit.  Na een paar dagen in deze baai zijn we naar de tweede, ernaast gelegen baai gegaan. Hier lig je met je anker in zandgrond en heb je dus ook helder water. Heerlijk gesnorkeld bij het rif. Dat rif niet ongevaarlijk is bleek weer eens toen we op een ochtend zagen dat er een zeilboot op gelopen was. We hebben die later nog op een andere plaats teruggezien. Zwaar beschadigd, zo niet reddeloos verloren.

Vanuit Oponohu Bay hebben we een prachtige hike gedaan naar de Belvedère, een uitzichtpunt. Bijzonder waren onder meer de ananasvelden onderweg. En natuurlijk het prachtige uitzicht over beide baaien aan de noordkant van Moorea vanaf de Belvedère.

Op veel plekken en zo ook bij Moorea denkt men de toeristen te moeten vermaken met wild life, aangelokt door het voeren hiervan. Er is hier een ondiepe plek waar men grote stingrays voert. Wij zijn er met onze dinghy even naartoe gevaren. De ene na de andere toeristenboot c.q. jetski komt hier aan. Het eerste wat wij zagen was een enorme hoeveelheid black tip reefsharks. Maar dus ook veel roggen, die bij de mensen uit de hand eten. Voor de mensen fantastisch, voor de dieren wellicht ook, maar een enorme verstoring van het ecosysteem en daarmee verwerpelijk.

De Leeward Islands: Huahine

Na Moorea zijn we terug gegaan naar de Tuamotu’s, zoals in ons vorige blog te lezen was. Vanaf Tikehau kwamen we op 8 juli aan op de Leeward Islands van de Society Islands, op Huahine.  Huahine is een prachtig eiland, met schitterende bergen en baaien. Ook hier een prachtige snorkelspot bij het rif (Baie Avea) en mooie wandelingen. Op 12 juli waren we terug in Fare, de hoofdstad. De hele maand waren er feestelijkheden rondom quartorze juillet  en de Heiva; plaatselijke dans- en zangwedstrijden. Het begon op 13 juli met een viswedstrijd. Ongelofelijke grote marlijnen, tonijnen, maar ook een prachtige zonnevis waren gevangen. Gelukkig wordt alle vis ook opgegeten.
Roze vis is Zonnevis, best groot


’s Avonds zijn we naar de Heiva gegaan. Dit vindt plaats in een soort arena waar de plaatselijke mensen in prachtige kostuums dansen uitvoeren, zingen, en muziek maken met trommels en ukeleles. Rondom de tent waren allerlei eettentjes en speelhalletjes. Compleet met suikerspinnen. Dit is echt een jaarlijks gebeuren waar het hele volk voor uitloopt. Er zijn een aantal avonden met dit soort uitvoeringen, die ook beoordeeld worden. En daar komen uiteindelijk natuurlijk ook winnaars tevoorschijn. Bijzonder was toch ook wel het erotische karakter van de dans van jonge dansduo’s. Vonden de missionarissen vast niet goed, vroeger.


14 juli is natuurlijk de grote Franse feestdag. Die werd ook op Huahine uitbundig gevierd met in de ochtend een uitgebreide parade. De brandweer, de scouting en allerlei mensen in prachtige kledij met veel muziek kwamen voorbij.




Het kleine meisje draagt een van de outfits van de Heiva-danseressen
Super leuk was het fruitrennen. Het waren hardloopwedstrijden waarbij de renners een juk met trossen bananen en ander fruit over een parcours moesten dragen. Aangemoedigd door de omstanders en door ons natuurlijk!


’s Avonds was er gezellige muziek, waarop ook wij leuk gedanst hebben, samen met de lokale mensen. Bijzonder was mijn dans met een ladyboy, die me na afloop op mijn wang kuste als dank. Een super dag!


Raiathea en Tahaa

15 juli vertrokken we naar Raiathea. Dit was een zondag en er was eigenlijk geen bal te beleven. We hadden hoge verwachtingen, gezien beschrijvingen die we gelezen hadden, maar werden daarin teleurgesteld. Wel hebben we fantastisch gesnorkeld bij het rif. Wat een enorme hoeveelheden kleurige vis en prachtig koraal. Maar goed, na een paar boodschappen op de maandag zijn we snel doorgevaren naar Tahaa. Tahaa en Raiathea liggen binnen hetzelfde rif. De natuur is prachtig. Helder water, groene bergen. Overal in Frans Polynesië zie je prachtige bloemen. Om Tahaa kun je heen varen en dat hebben we ook gedaan. Op Tahaa hebben we een prachtige hike gedaan; we zijn vanuit “onze” baai door de bergen naar de baai aan de overkant van Tahaa gelopen. Tahaa heeft de bijnaam “Vanilla Island”. Hoewel er nu bijna geen vanille meer verbouwd wordt, hebben we toch hier en daar vanillestruiken gezien.






De Vanillebloemen worden beschermd met plastic zakken
Aan deze overkant stond een prachtige kerk. In heel Frans Polynesië zie je enorm veel kerken. Ieder gehucht heeft minimaal 1, maar vaker 2 of meer kerken. Evenals een gemeentehuis en gezondheidscentrum overigens.

De prachtige kerk op Tahaa en haar interieur
 Een bekende plek op Tahaa is de coral river. Het is een ondiep stuk water tussen een paar eilandjes, waar grote hoeveelheden koraal groeit. De toeristen worden met bootladingen daar naartoe gebracht. Ze zwemmen dan van de ene kant van het eilandje naar de andere kant, tussen de koralen en de vissen door. Op zich heel mooi en verbazingwekkend dat er überhaupt nog vis zit. Die zijn overigens totaal niet schuw. Hoewel dus wel mooi, was het ons wat al te druk.

Bora Bora

Op 22 juli kwamen wij aan op Bora Bora. Wij hadden erg lage verwachtingen hiervan, vanwege beschrijvingen van resorts, jetski’s, super yachts, et cetera. Maar het is ons enorm meegevallen. Tuurlijk, er zijn best een aantal resorts. Maar die liggen vooral aan de rand van het rif. En de vele toeristen, die hierop verblijven, worden veilig afgeschermd van het gewone leven. Die resorts zijn overigens over het algemeen enorm duur. Prijzen tot 3500 euro per nacht (ja, je leest het goed!) voor een kamer op palen boven / in het water. Het meest bekend is Bora Bora vanwege de Lagoon. De lagune ligt rondom het eiland, binnen het rif. En is inderdaad erg mooi. Wij hebben over Bora Bora een wandeling gemaakt. Er werd op verschillende plekken gewaarschuwd dat je vooral een gids mee moest nemen. Maar 70 dollar per persoon voor een halve dag (en dan moet je nog zelf lopen ook) vonden wij wat al te gortig. Met behulp van Google maps hebben we de weg zelf gevonden. Hoewel nog aangegeven als weg die je met de auto zou kunnen berijden, was het pad veelal overwoekerd en moeilijk vindbaar. Steil door de bergen, met vaak geweldig uitzicht. Zeer de moeite waard. Ook zijn we met onze dinghy een aantal keren rond gevaren over de lagune. Dicht langs de resorts, maar ook de super yachts, met helikopter op het dek. Hoewel Bora Bora wel behoorlijk prijzig was, was het verder een vrij normaal eiland, zoals ook de andere society eilanden.


Een van de dingen die je heel veel ziet zijn kanowedstrijden, vaak in traditionele kledij. Zo ook op Bora Bora.


Maupiti

Maupiti is een van de kleinste eilanden van de society eilanden. Het heeft ons hart gestolen! Je zou er binnen een uur omheen kunnen wandelen. Nou, dat wordt dan wel heel snel wandelen, want de rondweg was zo’n 8,5 km lang.

Hele aardige mensen, prachtige natuur met helder blauw water, bloemen en overweldigende vegetatie. Een paradijs! Ook leuk: de top van de berg beklimmen. Het laatste stuk was inderdaad meer klimmen dan wandelen: er hingen zelfs klimtouwen om je aan op te trekken en aan vast te houden. Maar dan volgde de beloning: prachtig uitzicht. Veel plekken zijn erg ondiep en daar is het water echt turquoise. Vanaf de top van de berg kon je beide zijden van het eiland zien, met daaromheen de riffen en ondieptes. Echt geweldig!


De weg rondom Maupiti en het uitzicht vanaf de berg

Maupiti staat ook bekend vanwege de manta’s.  Ook hier is een cleaning station: een ondiepe, ronde rots, waar manta’s naartoe komen om zich schoon te scrubben. Kleine visjes doen de rest. Wij zijn met onze dinghy naar die plek toe gevaren en zijn toen gaan snorkelen. En we werden beloond: wel 3 manta’s kwamen aangezweefd. 1 grote en 2 kleinere. Wat een prachtige dieren!!

Op 4 augustus zijn we vertrokken en op 5 augustus kwamen we weer aan op Moorea. Helaas was het motortje van de dinghy kapot gegaan en kregen we die niet meer aan de praat. Na een (te) lange roeitocht naar de kant bij Moorea hebben we besloten dan maar weer versneld terug te gaan naar Papeete, Tahiti. Als je niet van de boot afkunt, is de lol er gauw af. Op Tahiti hebben we dus nog een leuke tijd gehad, zoals eerder in dit blog beschreven.

We hebben genoten van de Society Islands. De prachtige natuur, zowel boven als onder water, de vriendelijke mensen, de relaxte levensstijl, et cetera. Heel bijzonder is het om overal bloemen te zien, die de mensen dan ook weer vrolijk achter hun oor steken, ook mannen! Wat op de Leeward Islands nog erg opviel, is dat bij veel huizen graven in de tuin zijn. Soms heel mooi versierd, soms heel sober. Daarnaast is het enorme aantal krabben, waarvan je overal sporen ziet, vermeldenswaard.
Op 18 augustus vloog ik naar Nederland. Hier heb ik 3 weken genoten van lieve familie, vrienden, Belgische biertjes en lekker eten (kroketten, Bossche bollen, drop et cetera!). Ik heb onze fantastische dochter Femke naar Schiphol gebracht, toen zij voor 5 maanden naar Toronto vertrok vanwege haar studie. En mocht als zeer trotse moeder aanwezig zijn bij de diploma-uitreiking van onze stoere zoon Sjoerd, die maar liefst cum laude afgestudeerd is aan de TUE (Technische Universiteit Eindhoven). Heinze heeft keihard gewerkt aan het onderhoud van onze boot. En daarna waren we weer samen in Papeete. Genoten nog even van deze stad, met de vele jonge fietsers, die op hun achterwiel langsrijden. Schijnt echt een nationale sport te zijn.
Soms voelen we ons een beetje thuis, dit is op de Leeward Societies.
We hebben besloten het komende orkaanseizoen in Frans Polynesië te blijven. Na flink provianderen bij de Carrefoure zijn we nu eerst nog terug gegaan naar Moorea, in de hoop walvissen van dichtbij te kunnen bewonderen en met die dieren te kunnen zwemmen. Daarna gaan we via de Tuamotu’s  (waar we atollen gaan bezoeken die we nog niet gezien hebben) terug naar de Markiezen waar we eind november hopen aan te komen, die in principe orkaanvrij zijn.