zaterdag 30 april 2016

30 april 2016 ZEEKOEIEN rond de boot EN ons reisplan

Een kort filmpje, Anneke is ook te water gegaan en heeft met de zeekoeien gezwommen en ze ook aangeraakt. Gezien de outfit die zij droeg vinden wij dat we dat filmpje niet moeten publiceren. Dus nu alleen de koeien bij onze ankerketting. Locatie Salinas in Puerto Rico: de zuidkust.


Iets anders is de reden dat wij naar de ABC eilanden gaan: hier is het orkaan seizoen juni t/m november, in het diepe zuiden van de Carieb komt vrijwel nooit een orkaan voor, daarom gaan wij 8 mei naar het zuiden (ABC eilanden). De meeste orkanen komen in augustus voor, circa 4 stuks, daarna neemt het af.

Wij gaan naar Nederland (vliegtuig) om een stuk orkaanseizoen te overbruggen en een stuk zomer in NL mee te maken: wij komen 17 juni aan in NL en vertrekken 25 augustus weer naar ons schip. Ons schip zal gedurende die tijd op Aruba in een marina liggen. Daarna gaan wij via Colombia naar Panama.

De volgende blog zal ergens midden mei vanuit Bonaire worden gepost.

vrijdag 29 april 2016

Virgin Islands / Maagden eilanden


Op weg naar de Virgin Islands (Maagdeneilanden). De reis was zeer voorspoedig, we dreigden in het donker aan te komen en hebben de zeilen verkleind zodat we bij het krieken van de dag Spanish Town op het eiland Virgin Gorda aanliepen.

De Virgin Islands bestaan nuit een stuk of 70 eilanden, echter er zijn maar 10 redelijk grote. De Virgin Islands bestaann uit 3 landen : Britisg Virgin Islands (BVI); US Virgin Islands (USVI) en Spanish Virgin Islands (SVI). Die laatste, SVI, wordt ook de passage islands genoemd en maakt deel uit van Puerto Rico. Puerto Rico is eigendom van de USA hoewel ze een grote mate van zelfbestuur hebben. De USA hebben in het verleden de huidige USVI van Denemarken gekocht en de SVI van Spanje overgenomen, de USA had behoefte om toegang tot het Panamakanaal te controleren.
Hieronder een kaart van de VI zodat jullie enig idee hebben van de grotere eilanden en de ligging daarvan.

De BVI is enorm toeristisch met een enorme chartervloot
De USVI  is nauwelijks toeristisch in vergelijking met de BVI (St John, St thomas, St Croix)
De SVI is in ontwikkeling en het meest authentiek (Culebra en Vieques)

Voor de BVI kun je in Spanish Town op Virgin-Gorda inklaren, daarom gingen we daar als eerste voor anker. Spanish Town mag zelfs de titel gehucht niet voeren, er zijn geen steden of dorpen op Virgin-Gorda ook al worden ze wel zo genoemd. 

Vanuit Spanish Town zijn we naar het zuiden van het eiland gelopen waar de “Baths” zijn,  dat zijn enorme ronde granieten blokken van 3 tot 6 meter doorsnee die daar liggen, ook in het water/de zee  waardoor  er een soort bad ontstaat.


Na spanish town zijn we naar het noordenGorda-Sound gegaan, een heel mooie maar drukke laguna  waar we een aantal dagen gebleven zijn.












Het volgende eiland dat wij bezochten was Tortola, als eerste een baai in het oosten aan de noordkant. We hebben daar lekker gelegen en gewandeld, daarna zijn we bij de hoofdstad Road Town voor anker gegaan. Zowaar een echte stad, Anneke is hier naar de kapper gegaan en is eindelijk weer toonbaar, ze wil haar haar langer hebben en was dus 6 maanden niet bij een kapper geweest. In Road Town hebben we ons plan uitgevoerd om een visum voor de USVI/USA/Puerto Rico te omzeilen. Hoewel je als Nederlander geen visum nodig hebt om de USA te bezoeken geldt die vrijstelling alleen als je met geregistreerd openbaar vervoer komt zoals een vliegtuig of een Ferry, je krijgt dan een stempel in je paspoort zodat je negentig dagen in de USA per bezoek kunt verblijven, dat stempel is een jaar geldig. Met je eigen jacht heb je een visum nodig, in ons geval zouden we naar de ambassade op Barbedos moeten en dan is er nog een forse wachttijd en forse kosten afgezien van de hotelkosten en vliegkosten. Wij wisten dat niet en waren onaangenaam verrast. Na veel internet gezoek zag ik een suggestie om met de ferry van de BVI naar de USVI te gaan zodat je een stempel in je paspoort krijgt en dan kun je daarna met je eigen jacht zonder visum de USA in. Dat hebben wij dus gedaan, vanuit Road Town op Tortola met de ferry naar Charlotte Amalie op St Thomas. We hebben daar ons felbegeerde stempel gekregen en de stad bewonderd.


De stad heeft een Deense uitstraling en ook Deense straatnamen, gezien de historie begrijpelijk. Zelfs menukaarten zijn in het Deens en Engels. Een leuke stad om in te wandelen, de oude pakhuizen zijn verbouwd tot winkels en restaurants. Ook is op dat eiland de op een na oudste synagoge van de USA te vinden, uiteraard hebben wij die bezocht. Op de VI zijn leguanen, ook in deze stad kwamen we die tegen.






Aan het eind van de dag met de ferry terug naar Road Town, de dag daarop anker op en naar Brewer Bay, een erg mooie baai met spectaculaire snorkelmogelijkheden die verboden is voor charters vanwege de moeilijke toegang door het rif waar Anneke later meer over vertelt. Uiteraard weer wandelen naar de naastgelegen baai, een afstand door de lucht van 3 kilometer waar wij 3 uur over deden vanwege de zeer steile beklimmingen, daarna een baai aan de andere kant bezocht waar wij onderweg een oude molen tegenkwamen om suikerriet te malen/persen.

Tijd voor een ander eiland, we gingen naar het eiland Jos Van Dyke, wederom in een mooie baai met helder water geankerd, veel restaurants en bars op de kust/strand, ja toeristisch. Na dit BVI eiland zijn we naar de USVI vertrokken, het eiland St. Croix een mijl of 40 zuidelijk van St. thomas. Bij het inklaren vroeg de official hoe wij de “escape route” voor het visum hadden gevonden, het was gelukkig legaal en ze waren onder de indruk. Het scheelde ons een boete van US$ 1.200. We waren in de plaats Christiaanstad, uiteraard weer zeer Deens en gelukkig niet zo toeristisch. We zijn na twee dagen naar een baai gegaan waar de ingang door het rif ging, erg smalle niet betonde doorgang, maar zeer de moeite waard. In die baai was een laguna waar oplichtende algen zijn, als je met je hand door het water gaat krijg je een lichtspel, wij zijn daar na zonsondergang met onze bijboot naartoe gevaren. Dit soort lichtgevende laguna’s/baaien komen in 5 landen voor: USVI; Puerto Rico, Vietnam, Nieuw Zeeland en Australie. Degene met de grootste lichtintensiteit is in Puerto Rico, die hebben we later ook bezocht. Alle wandelingen en mooie omgevingen zal ik jullie besparen.

Vanuit Croix zijn we naar de SVI/Puerto Rico gegaan, naar het eiland Culebra de grote baai Honda Ensenade. Weer inklaren, waarschuwing van de douane gehad voor een mogelijk US$ 10.000 boete: je moet per district doorgeven waar je bent in Puerto Rico en de US, je koopt een cruising permit en dat nummer moet je doorgeven als je van regio verandert. In Puerto Rico zijn  4 regio’s zijnde Oost, Noord, Zuid en West.

Vanuit Culebra gingen we naar het eiland Vieques richting mooie snorkelbaai  in het noord westen maar die was afgesloten met drijvende objecten. Dit eiland is tot 2003 door de USA als oefengebied voor bombardementen etc. gebruikt en er liggen nog veel scherpe bommen, blijkbaar was in deze baai weer iets ontdekt. Wij zijn dus doorgevaren naar een baai in het noord oosten van het eiland.  Snorkelen en bijzondere vissen zien inclusief onze “huis baracuda”  waar Anneke meer over vertelt. Daarna naar de baai (Poerto Mosquito) gegaan waar de meest lichtgevende algen zijn van de wereld, zie foto van onze plotter.

Je kunt zien dat die laguna een smalle toegang heeft waar wij met de bijboot doorheen gingen. Door die nauwe doorgang blijven de algen netjes in de laguna. Bijzonder spectaculair schouwspel van lichtflitsen door vissen etc.
Na deze baai naar Esperanza gegaan aan de zuidkant van het eiland.







Uiteraard weer gewandeld, onder  andere naar de plaats Isabelle II waar de mensen niet geloofden dat wij die tocht oer voet ondernamen. Locals lopen niet, ze gebruiken grote auto’s. Ter info: een liter diesel kost € 0,45 en benzine nog geen 50 eurocent. Wij hebben dus wat diesel in onze tanks gedaan. Al met al erg genoten. De sfeer in Puerto Rico is geweldig.

Vanuit het eiland Vieques naar het grote Puerto Rico gevaren, de locatie Salinas, een dagtocht van 55NM. In de mooie rustige baai voor anker. We hadden gezien dat alle huizen, ook de krotten, op de Puerto Rico eilanden met tralies waren beveiligd, dat er overal zware hekken waren etc. In Salinas zagen we hetzelfde, we vroegen een local waarom dat was. Het antwoord was simpel, er worden soms 2 of 3 mensen doodgeschoten per maand in de regio/het dorp maar het is niet gevaarlijk, hij heeft een zoon van 23 maar die komt voor het donker thuis dus geen probleem. Wij gaan niet in het donker op pad! Net buiten Salinas heb je een goede grote supermarkt waar je goed kunt provianderen, we liggen hier nu een week. Nu is 29 april, onze trouwdag, die gaan we vieren, 34 jaar getrouwd en een aantal jaren langer samen.

We hebben hier twee dagen een auto gehuurd, de eerste dag zijn we naar San Juan gereden, de hoofdstad in het noorden. Wat een geweldige oude stad, vol historie en sfeer (het is ook een indrukwekkende metropool). Ik kan daar lang over vertellen, heerlijk eten, genieten van mensen, cultuur, historie etc. Hieronder wat plaatjes.
De tweede dag met onze auto zijn we over de bergketen van oost naar west gereden via kleine wegen om een indruk te krijgen van de binnenlanden. Een geweldige ervaring, ook de stops en lunch in lokale gelegenheden waren buitengewoon. Het land is diverser dan wij hadden gedacht met een indrukwekkende bergketen.

Onze baai: we zien iedere dag zeekoeien rondom onze boot, soms op 2 meter afstand. Onze volgende stop is de plaats Ponce, daar varen we 1 mei naartoe ( 30 april weinig/geen wind). Het plan is om op 8 mei  de Caribbean helemaal over te steken naar het zuiden om na drie dagen op Bonaire (ABC eilanden) aan te komen. Hieronder een stuk van Anneke over  de vissen etc.

ANNEKE: onderstaand adres geeft een impressie van de vissen die wij zien.
http://frankosmaps.com/caribbean-mini-creatures-id

Inmiddels hebben we de Virgin Islands, in het Nederlands “Maagdeneilanden”, bezocht.  We hebben tijdens onze reis al in vele mooie baaien gelegen. Ik wil hier echter even ingaan op het “wildlife” wat we onderweg gezien hebben.  Want dat is zeker vermeldenswaardig!

Al vanaf Barbados zien we vaak zeeschildpadden. Deze prachtige dieren steken regelmatig hun koppie boven water. Maar we hebben ze ook onder water gezien. Prachtig! Omdat we ze zo vaak zien, wordt het al bijna normaal. Bijna dan.

De Virgin Islands staan bekend om hun prachtige koraalriffen. En bij prachtige koraalriffen horen ook prachtige vissen. Helaas zijn met name de Britse en ook de USA Virgin Islands erg populair. Onze pilot (boek met details over havens, baaien en ook wat er op de kant te doen is) gaf het al aan. De Virgin Islands is een prachtig gebied. Echter, als je niet houdt van drukte, dure moorings en volle restaurants, “this is not your cup of tea”. En dat bleek te kloppen. Gelukkig mag de enorme chartervloot niet alle baaien in. Als het een beetje te moeilijk wordt, verbiedt de verhuurder dat je er met je charterboot mag gaan liggen. En dat zijn dus de plekken die Heinze en ik opzoeken! Zo lagen we ook op het eiland “Tortola” in “Brewers Bay”. Een prachtige baai, met aan weerszijden de meest fantastische riffen. We hebben genoten van het snorkelen! Helaas was hier toch ook weer een proleet, die kennelijk wel een eigen boot had, die het nodig vond om te gaan waterskiën over de riffen. We hoopten nog even dat hij onderuit zou gaan, maar helaas, niet op een plek waar het pijn deed. Hoogst verontwaardigd dat ik er wat van zei. Ik vertelde hem dat het ten eerste verboden was om met jetski’s etc. te racen in de BVI (British Virgin Islands), ten tweede dat hij het rif verstoorde en ten derde dat het super irritant is om om een andermans boot heen te racen. Wat waren wij toch kinderachtig, volgens “meneer”. Maar goed, in deze prachtige baai kwamen wij op een wat ruiger en dieper stuk een nurse shark (verpleegsterhaai) tegen. Helemaal niet eng en niet al te groot. Een prachtig dier! En daarbij opgeteld de letterlijk honderden verschillende mooie tropische vissen. Tot onze verbazing zagen we ook nog een haaitje toen we gingen ankeren bij Jost van Dyke, een van de British Virgin Islands. Midden tussen de boten. Verdwaald?

Waar wij ook telkens weer van genieten zijn de vele pelikanen. Ik blijf het koddige dieren vinden. Ze zijn zo heerlijk onbehouwen. Plonsen met een enorm kabaal werkelijk verticaal in het water. In Brewers Bay hadden ze een plek op de kant waarvandaan ze zich gewoon elke keer met hun bek open in het water laten vallen. Wij noemden die plek al de “snackbar”. Toen ik daar ging snorkelen bleek het inderdaad te stikken van de vis op die plek, echt hele scholen.

De eerste keer dat we Tarpons zagen was bij Virgin Gorda, bij Saba Rock (in de Virgin Gorda Sound). Daar was een restaurant wat adverteert met het Tarpon voeren om 19.00 uur ’s avonds. Deze grote roofvissen zien er angstaanjagend uit. Als een stukje vis in het water gegooid wordt, sprinten ze daar met zijn allen op af. Volgens mij moeten ze zich niet per ongeluk vergissen als jij je voet in het water steekt. Ze hebben tanden! Maar men zegt dat ze voor mensen ongevaarlijk zijn. Andersom grotendeels ook: ze schijnen niet te eten te zijn, omdat ze vol graten zitten. Men schijnt het wel leuk te vinden om op ze te vissen, omdat ze enorme strijd leveren. En dat noemen we dan “sport”. Maar goed, deze Tarpons werden dagelijks gevoerd en waren perfect afgericht. Zo tegen etenstijd kwamen ze aangezwommen. Later hebben we ze ook op andere plekken gezien. Met name restaurants aan het water hebben hun interesse. Het is natuurlijk hartstikke leuk om een restje vis in het water te gooien en ze daar met zijn allen op te zien duiken. Maar ook op andere plekken, gewoon in de haven, zwemmen enorme exemplaren rond.

Een andere grote vis die wij regelmatig zien, is de Barracuda. Toen ik in een baai bij Vieques, een van de Spanish Virgin Islands ,even naar het anker was gesnorkeld om te kijken of het goed gepakt had, zag ik bij terugkomst een enorme Barracuda onder onze boot liggen. Die is er dus in een mum van tijd onder gaan liggen. Hoewel ze in principe een mens niets doen, als die hen ook met rust laat, vond ik deze toch wel heel groot. Gauw het water uit. De volgende ochtend zagen we “Barry”, zoals we hem gedoopt hadden, al heerlijk chillen naast de boot in het zonnetje. Als het dan te warm werd, ging hij er weer onder. En de volgende baai? Het eerste wat ik zag toen ik in het water sprong was een enorme Barracuda. Was Barry echt onze huisBarracuda geworden?

Een andere hele bijzondere plek was ook op Vieques. Wij hadden al eerder gehoord dat daar een lichtgevende baai is. Dat is dus plankton wat licht afgeeft als het verstoord wordt. Wij zijn met ons elektromotortje naar binnen gevaren, toen het net donker was. Ook daar zat heel veel vis, die voor ons bijbootje wegschoot. En dat geeft dus lichtgevende strepen in het water!

Het ankeren op de Spanish Virgin Islands is best spannend. De Amerikanen hebben deze eilanden (Culebra en Vieques) uitgebreid gebruikt als oefenterrein voor de oorlogsvoering. Met name Vieques heeft het moeten ontgelden. Dit heeft nog tot 2003 geduurd. Het oefengebied is nu grotendeels tot natuurreservaat bestempeld, maar ze schatten nog wel 20 jaar nodig te hebben om de rotzooi op te ruimen. Nu zijn sommige baaien nog steeds afgesloten, omdat er onontplofte bommen liggen. Maar ook in baaien die wel open zijn, kun je pech hebben. Zo hadden wij in een mooie baai ons anker uitgegooid, omdat je hier prachtig kon snorkelen. Heinze werd alleen nogal zenuwachtig toen we naar de grond keken rondom ons anker. Daar lagen grote buizen, die vastgebonden lagen met touw aan de grond. Moet je anker dus niet achter komen te zitten. Overigens wel prachtig koraal. We hebben dus toch nog maar even een rondje gemaakt voor we weer anker opgingen. Heinze was al eerder weer aan boord; die had geen rust. Ik kwam, niets vermoedend, een enorme Manta rog tegen. Ik schrok me rot! Wat een enorm beest. Dat was wel wat anders dan het schattige roggetje wat mijn overboord gevallen bordje kwam inspecteren (dat gebeurde op Sint Eustatius, daar kwam hij even “stofzuigen”, maar besloot al snel dat dat bordje niet interessant was). Maar die Manta rog was natuurlijk wel fantastisch! Ik had ‘m daar totaal niet verwacht. Terug zwemmend kwam ik ook nog een White spotted Eagleray tegen. Ook prachtig en toch ook nog heel groot. Maar die Manta was zeker 1,5 a 2 keer zo groot. Wat een geluk op 1 dag.

Op de kant hebben we genoten van de vele salamanders en af en toe een leguaan. Wij hadden verwacht dat die dieren heel schuw zouden zijn, maar een van de grootste zagen wij midden in een park in Charlotte Amalie, een stad op St. Thomas (USA Virgin Islands). Ook zien we veel felgekleurde vlinders in allerlei soorten en maten.  En kolibries blijven we ook heel bijzonder vinden. Wat een prachtige kleuren hebben die vaak.

Nu liggen we in Salinas, een baai bij Puerto Rico. Er werd ons al verteld dat hier “Manatee ‘s” voorkomen; zeekoeien. Volgens een medewerker van de haven komen ze regelmatig zelfs de haven binnen en drinken ze zoet water.  Ze schijnen het leuk te vinden om met zwemmers te spelen, al zijn ze wel wat ruw in de omgang. Vanmiddag zagen we een Manatee rond onze boot zwemmen. Super natuurlijk! Ik ben wel het water in gegaan, maar hij had waarschijnlijk geen zin om te spelen. Toen ik hem al een poos niet meer gezien had, ben ik gaan douchen. En ja hoor, toen ik afgedroogd was liet meneer zich weer zien. Hij is best een lange tijd rondom onze boot gebleven, echt bijzonder! 



maandag 21 maart 2016

Guadeloupe tot en met Anguilla

We hebben Femke 19 maart gesproken, haar blog over Dominica volgt later. Wij beginnen op het punt waar Femke van boord is gegaan om terug naar Nederland te vliegen.

We hebben Femke met ons schip naar het zuiden van St Lucia gebracht omdat aansluitingen per vliegtuig of ferry op haar vlucht zo slecht waren dat ze in het beste geval 36 uur moest wachten (een omweg met ons schip van 250NM). Nadat we haar op de luchthaven hadden afgezet zijn we te voet terug naar Vieux Fort gegaan waar ons schip lag, onderweg wat oude lokale drinkgelegenheden bezocht en daarvan genoten.

De volgende dag (4 februari) anker op, helaas bleek de motor van onze ankerlier kapot te zijn en moesten we handmatig lieren. Die motor had ik al eens in Portugal gerepareerd, nu was de boel dermate heet geworden dat reparatie onmogelijk was. We hebben koers gezet naar Martinique het gebied Le Marin waar veel charters en werven zijn om een nieuwe motor voor de lier te krijgen. Aangekomen in Martinique hebben we enige dagen vergeefs gespendeerd om een nieuwe motor te krijgen, daarna een motor in Engeland besteld en laten invliegen naar Guadeloupe de plaats Fort de Bas. We zijn 10 februari 2016 daar aangekomen om die motor af te halen, na plaatsing van de motor doet de ankerlier het weer voortreffelijk. De plaats zelf vonden we niet geweldig, daarom op 12 februari naar Iles des Saints (eilandjes behorende tot Guadeloupe) gevaren en daar een leuke tijd gehad. Veel gesnorkeld en op een eiland ook veel gelopen, de sfeer was genoeglijk.
Vanuit Iles des Saines zijn we naar de baai Delhaise in het noorden van Goadeloupe gevaren, het was een “normale” baai met bijbehorend plaatsje. Het werd tijd voor een ander land, op 17 februari aangekomen op het eiland Antigua in de baai English Harbour.

Antigua vormt samen met het eiland Barbuda het land “Antigua & Barbuda”. Antigua is een geweldig land met veel riffen, baaien en hike mogelijkheden, ook zijn daar veel fregatvogels en op Barbuda zit een hele kolonie. We zien in de hele Carieb al fregatvogels, die vogels zweven en hebben de meest extreme verhouding tussen spanwijdte van de vleugels en het lage lichaamsgewicht, hoewel zij vis eten kunnen ze niet in het water landen omdat ze dan niet meer kunnen opstijgen, ze vissen door laag over het water te vliegen en met de lange snavel vis uit het water te pikken. We hebben op Antigua behoorlijke afstanden gelopen en ook wat geitenpaden gevolgd. English harbour is een plaats waar veel superyachts liggen, zowel motor als zeil. Je moet dan denken aan schepen vanaf 70 meter lengte die voor privé doeleinden worden gebruikt. We zijn op 21 februari naar de baai “Deep Bay” en op 23 februari naar de hoofdstad “St John” op Antigua gevaren.
Uiteraard weer de nodige afstanden gelopen langs woeste kusten, gezwommen en gesnorkeld. Weer tijd voor een nieuw land:


Antigua, kust









St Kitts & Nevis: een land dat bestaat uit die twee eilanden, St kitts kennen wij als St Christopher.
Op 25 februari zijn wij op Nevis aangekomen waar wij bij de hoofdstad Charlestown voor anker zijn gegaan. Nevis is een eiland dat wij zeer gewaardeerd hebben, de mensen zijn uitermate vriendelijk en relaxed, het hele eiland straalt dat uit. We hebben ook in het noorden bij Oualie beach voor anker gelegen.
Op de 28ste zijn we naar het zuiden van St kitts gegaan, in Whitehouse bay voor anker. Een mooie ankerplaats met goede snorkelspots. Op 1 maart zijn we naar de hoofdstad Basse Terre gevaren, het was dermate teleurstellend (verpest door cruiseship toerisme) dat we de dag daarop vertrokken zijn naar Statia.

Statia (St Eustatia) en Saba. Die twee eilanden zijn Nederlandse gebiedsdelen met als voertaal Engels en munteenheid de US dollar, als je meldt dat ze Nederland zijn vinden zij van niet en leggen je omstandig uit dat ze zelfstandig zijn. Op 2 maart zijn we aangekomen in Oranjestad op het eiland Statia. Omdat het veel met Nederland te maken heeft een kort stukje geschiedenis.

Statia is een klein eiland met een rijke historie, met name tussen 1700 en 1800 beleefde Statia haar gouden eeuw. In die jaren vochten de Europese landen om verschillende eilanden die daardoor van hand tot hand gingen en Statia (op dat moment Nederland) was een neutraal land. Daardoor kon Statia met de vechtende partijen handel drijven (die partijen hadden handelsembargo’s met elkaar), alle producten die Statia verkocht weren gelabeld als geproduceerd in Statia, uiteraard waren die producten daar niet geproduceerd. Een voorbeeld: Statia produceerde per jaar 60 duizend pond suiker maar exporteerde 20 miljoen pond suiker per jaar, gelegaliseerde smokkelarij. In die tijd bestond Amerika uit de “Koloniën” die vergeven waren van belastingen en importheffingen, ook dat stimuleerde de handel op Statia. Statia stond bekend als de “Gouden Rots”. In de hoogtijdagen kwamen er 3.000 schepen per jaar om handel te drijven. Er is nog veel meer te vertellen over de geschiedenis, kijk eens op internet, erg leuk.
 Wilde rubberboom langs trail


Ankerplaats Statia met Saba in de verte
Wij zijn zeer gecharmeerd van Statia, een gemoedelijk klein eiland met veel trails. Het eiland heeft een oude vulkaan, natuurlijk zijn wij via trails naar de kraterrand gegaan. Op de tocht naar de kraterrand zijn we honderden heremietkreeften tegengekomen die telkens in hun schelp een stuk naar beneden rolden op de steile helling, we vragen ons nog steeds af hoe die ooit boven zijn gekomen. Het leuke is dat in de krater een tropisch regenwoud is ontstaan omdat daar de wolken continue boven hangen en leeg regenen. Als je van de ankerplaats naar Oranjestad wilt moet je via de oude steile slavenweg (niet alles is iets om trots op te zijn) naar boven, de stad is klein en gemoedelijk met een oud fort en andere bezienswaardigheden uit het verleden. Het snorkelen is fantastisch, een honderd meter uit de kust ligt een oude stadswal onder water die nu rijk door tropische vissen wordt bevolkt. Anneke heeft op Statia ook weer een duik gemaakt om de onderwaterwereld tot 20 meter diepte te verkennen. Een minpuntje volgens ons is dat Statia wordt gebruikt als olieopslagplaats, je ziet er niet veel van, het is goed gecamoufleerd in de bergen maar het hoort daar niet thuis, ik begrijp dat Statia inkomsten moet genereren.

Op 7 maart zijn we naar Saba gevaren en aan de zuidkust een mooring opgepikt. Normaal doe je dat aan de westkust maar vanwege de enorme swell uit het noorden en de harde wind uit die richting was dat niet mogelijk, op onze plaats in het zuiden rolde het schip al enorm. Saba is een klein eiland, eigenlijk een rots in de zee waar het op circa 250 meter hoogte het leven begint, met andere woorden kliffen die erg hoog zijn. Aan de westkant van het eiland kun je via de “ladder” omhoog een uit de rotsen gehakte trap van 800 treden die in vroeger tijden werd gebruikt om alles omhoog te krijgen, aan de zuidkant is tegenwoordig een zeer steile weg die je 250 meter omhoog brengt. Die weg hebben wij diverse keren gelopen, bijzonder uitputtend. Saba noem ik het eiland van de mooie natuur, trails en duik/snorkel spots. Het walhalla voor actieve wandelaars. Op Saba wonen een paar duizend mensen en heeft twee steden/plaatsen: The Bottom op circa 250 meter hoogte en Windward op circa 350 meter hoogte.
Wij hebben trails gelopen, de meest vermoeiende was naar de top van het eiland circa 900 meter hoog via een trail die behalve stijgende paden 1064 steps (tredes uitgehakt in rots) bevatte. Saba heeft het hoogste punt van Nederland.

Hoogste punt van Saba en twee foto's van een stukje trail 

Na een mooie tijd op Saba zijn we op 11 maart naar St Maarten gevaren, een eiland waar het noorden Frankrijk toebehoort en het zuiden Nederland. We zijn gaan ankeren in de Simson baai en met de bijboot telkens de lagune ingevaren. St Maarten kon ons niet bekoren, de thuishaven van veel superyachts, veel toerisme, te “plastic”. Wel fantastisch was een enorme Carrefour supermarkt, die hadden we al maanden gemist, we hebben dan ook flink ingeslagen en alleen daarom was St Maarten al de trip waard. Uiteraard moesten we dit eiland bezoeken omdat het toch Nederland is.

Anguila: op 16 maart zijn we naar het eiland Anguila (Road bay) gevaren (onderdeel van Engeland), morgen 22 maart gaan we naar de Virgin islands (Maagden eilanden).
De Engelsen hadden vroeger ook Nevis en St Kitts; bij de verzelfstandiging (in 1967) wilden ze daar Anguila ook aan toevoegen maar daar hadden de eilanders geen trek in en na vele protesten van die eilanders is het dus Engeland gebleven. Protesteren is wellicht wat zwak uitgedrukt: St Kitts zou het belangrijkste eiland worden en had al een politiemacht op Anguilla gevestigd, de eilanders beschoten telkenmale die politiepost. De Anguillianen waren vanwege hun geschiet bang voor een invasie vanuit Kitts en besloten daarom Kitts maar aan te vallen, met wat vissersschepen zijn ze naar het eiland Kitts gevaren en aan land gegaan. Het werd een volledig fiasco, gelukkig geen doden. Amerikanen bedachten mooie plannen om Anguilla te financieren, de Britten hadden de onterechte indruk dat het eiland door de Mafia was overgenomen en heeft in 1969 een gewapende invasiemacht naar het eiland gestuurd die daar bij de kust alleen een paar verbaasd kijkende geiten tegenkwam. Genoeg historie, alle eilanden hebben een wetenswaardige historie die interessant is.
In de hele Carieb zijn de mensen zeer gelovig en vind je de meest prachtige kerkgenootschappen, leuke boodschap. Deze een van Anguilla.
Dit is een reclamebord van een begrafenisondernemer in Anguilla, de grote letter "R" is zijn trademark

Het kantoor van de politie in Anguilla, let op de hond en op Anneke, je zou de eilanders bijna van humor verdenken

We zijn nu 5 dagen op Anguilla, (hierboven wat foto's van zaken waarvan wij kunnen genieten) het bevalt ons hier prima en liggen lekker rustig achter ons anker in de baai en zien weer veel schildpadden rondom de boot zwemmen. Uiteraard weer veel gelopen en bezichtigd. Bijzonder is dat het concept stad of dorp hier onbekend is, je vindt geen centrum met winkels, die zijn hier en daar langs wegen. Wel vind je op twee plaatsen een grotere concentratie van huizen maar niet met een stratenplan of iets dergelijks. De mensen zijn uitermate vriendelijk en de stranden zijn van zeer fijn zand.
We kijken uit naar de Virgin Islands waar we morgen naartoe gaan, een tocht van 90NM, we vertrekken in het begin van de middag en zullen dan de dag daarop in de ochtend aankomen. Vanuit de Virgins maken we ons volgende blog.






maandag 29 februari 2016

Een kleine update

Hierbij een kleine update.
We wachten nog op de tweede bijdrage van femke, zij heeft vorige week nog gemaild dat die komt. Alvorens we vertellen wat er na haar vertrek gebeurd is willen we op haar bijdrage wachten vanwege de chronologische volgorde. Nadat Femke 3 februari terug naar NL is gevlogen hebben wij Gudadaloupe, Antigua, Nevis en Christopher (st Kitts) waar we momenteel (29 feb) zijn aangedaan. 2 of 3 maart gaan we naar st Eustachius (Statia)
Hieonder een kaart van de groep eilanden waar we nu varen.
Tot spoedig

donderdag 28 januari 2016

Femke's verslag deel 1

Ik ben al een tijdje aan boord van de NOK, dus ook ik moet eraan geloven: een blogje schrijven. De eerste dagen van mijn verblijf werd ik ontzien; papa was nog druk met mijn moeder zo ver te krijgen een bijdrage te leveren. Bijna elke dag, soms meerdere keren per dag, kwam het onderwerp ter sprake:

“Jij zou nog je blogje schrijven.”
“Ik doe het morgen wel.”
“Dat zei je gisteren ook al. Je hebt beloofd een blog te schrijven.”
“Ik heb helemaal niks beloofd, jij hebt gewoon op internet gezet dat ik dat zou schrijven.”

En zodoende werd het weer een dag uitgesteld. Inmiddels staat de blog van mam online, zoals jullie ongetwijfeld gezien hebben (zo niet, scroll dan even naar beneden). Al snel begon pap hints te droppen dat ik eens moest gaan schrijven. “Je moet elke dag even een stukje schrijven Fem”, zei hij dan. En vandaag volgde: “Jij roept al tijden dat je een blog zal schrijven maar er gebeurt maar niks”. Dus zit ik nu op een wiebelende boot te typen.

Zoals je uit het bovenstaande kan afleiden is de blog een belangrijk begrip bij de crew van de NOK (maar eigenlijk alleen bij pap). Zo nam ik vandaag een foto, waarop hij concludeerde dat die wel ‘blogwaardig’ was. Gezien mijn vader druk zet door beloftes te publiceren, zal ik dat ook maar doen. Hij belooft bij dezen om de lay-out van de blog te verbeteren óf te laten verbeteren, want dat oranje is spuuglelijk. Sorry pap, het kan echt niet.

Na dit kleine inkijkje in het leven van echte ‘bloggers’, zal ik maar eens ter zake komen. Op 8 januari verliet ik het pittoreske Kanaleneiland-Zuid om het te verruilen voor een beter oord. De weg naar dit betere oord toe verliep via een tram, een trein, een vliegtuig, een overstap van 13 uur op de ijskoude vloer van een vertrekhal en nog een vliegtuig.

"blogwaardige" foto Op 9 januari haalden mijn ouders me in de vroege middag van het vliegveld, waarna we na een taxirit van ongeveer een uur aankwamen bij Soufriere Bay in Sint Lucia. Daar dronken we eerst een biertje en at ik roti, voordat we met ons rubberbootje naar mijn eindbestemming voor die dag voeren: de NOK. 





Femke in de hangmat De boot lag in een mooie baai, vlakbij een grot waarin veel vleermuizen zitten: de batcave. Al snel ontstond hiervoor een heuse ‘themesong’, gebaseerd op het liedje van batman: na na na na na na na na na na na – batcave! Ook hadden we uitzicht op de bergtop van de ‘Piton’. “Ik zie een Pitonneke” riep pap, een uitspraak die bij het spotten van elke bergtop en elk gelijknamig biertje zou volgen. Tevens hebben we in deze baai meerdere keren gesnorkeld: er was ontzettend veel moois in de zee te zien.

De vulkaan Vanuit Soufriere hebben we een uitstapje gemaakt naar een vulkaan, waar we een korte rondleiding kregen. Toen we net onderweg waren vroeg mam nadat onze gids ons iets had uitgelegd: “Gaan we hier naar boven?”, waarop geantwoord werd: “Nee we gaan terug”. Oh. Ok dan. Gelukkig hadden we voor ons drieën maar twee toegangskaartjes hoeven kopen:

Pap kon als Captain gratis mee. Na deze rondleiding gingen we naar een vulkanisch modderbad, waar mam en ik van hebben genoten; papa weigerde. Het water was heerlijk warm (iets té warm voor mijn moeder, zoals op de foto te zien is) en de modder was een goede scrub.

Femke onder de waterval
Na het modderbad brachten we een bezoek aan een waterval met warm water vanwege de vulkaan, waar we kwamen na een korte wandeling door het regenwoud. Hier waagde ook pap zich aan, en na heerlijk gebadderd te hebben werden we terug naar de baai gebracht.

Onze volgende stop was Marigot Bay, een prachtige, maar zeer toeristische baai. Na een dag hadden we het wel gezien, dus voeren we verder naar onze laatste stop op Sint Lucia: Rodney Bay. Hier hebben mijn ouders uren door een winkel met benodigdheden voor zeilboten en een hardware store gestruind en is de was gedaan. Uiteraard hebben we ook het stadje verkend en op het strand gelegen. Daarnaast zijn we een keer heerlijk uit eten geweest.

Martinique in zicht
Na een overtocht van enkel 35 nautische mijlen kwamen we aan in Fort de France op Martinique. We bleken twee Franse courtesy flags aan boord te hebben, uiteraard hebben we onder het motto ‘kutfransen’ de meest verkleurde en rafelige opgehangen.
Bij aankomst werden we verrast met een heuse carnavalsoptocht, met prachtige outfits, dansjes en zelfgemaakte muziek. Later leerden we dat dit niet het daadwerkelijke carnavalsfeest was, maar enkel een van de optochten die in de zondagen voor carnaval gehouden wordt. Het was desalniettemin een groot feest, en we hebben erg genoten.
Het getrommel van het carnaval ging nog uren door, en de avonden erna ook. Op een gegeven moment waren we dat toch wel een beetje zat.






Op mijn vaders verjaardag begaven we ons met een ferry naar Les Trois Ilets, een toeristisch stadje waar eigenlijk weinig te beleven viel: er was veel gesloten. Wel was er een prachtig natuurgebied, waar we even hebben gewandeld. We hebben mangroven en veel krabbetjes gezien, en we zagen eindelijk kolibries vliegen. Ook hebben we genoten van de schaduw die de bomen ons op deze ontzettend hete dag boden. Mijn moeder en ik hadden al een aantal dagen in ons hoofd om eens rumpunch te drinken: dat wordt op elke markt en bij elk cafè verkocht. Wij verwachtten een uitbundig drankje met veel suiker, fruitsap en een beetje alcohol, maar de realiteit bleek anders. We kregen allebei een glaasje pure rum met een schep suiker en een stukje limoen erin voorgeschoteld. Toen mam om een fruitsapje ging vragen omdat het wel erg sterk was, werd ze vierkant uitgelachen. Ach ja, wij houden het maar op biertjes. Al is ook dat niet altijd te vertrouwen: hét lokale bier van Martinique bleek namelijk een merk van Heineken te zijn.

We besloten Fort de France te verlaten en begaven ons naar Saint Pierre. Dit was ooit de hoofdstad van Martinique, maar is veel kleiner dan Fort de France, de huidige hoofdstad. We hebben door de stad gewandeld en hierbij een aantal historische monumenten gezien. Ook hebben mijn moeder en ik een bezoekje gebracht aan het lokale museum, dat ging over de vulkaanuitbarsting die in 1902 plaatsvond. Saint Pierre is een leuk stadje, maar het begon toch al vrij snel te jeuken. Tijd om de Fransen ver achter ons te laten en naar het eiland Dominica te vertrekken. Wordt vervolgd…


zaterdag 16 januari 2016

Bijdrage van Anneke, oceaanreis

Eindelijk dan nu mijn blog over onze oceaanreis. We zijn op 22 december in Barbados aangekomen; het is dus al een tijdje terug. Voor het schrijven heb ik mijn eigen dagboekje van de reis even teruggelezen. En daarmee inspiratie voor deze blog opgedaan.

Voor mij steken een aantal zaken er echt bovenuit. Eten, koffie, blauwe plekken, douchen op het dek, sterren, de maan, plankton, hoge golven en vliegende vissen.

Voor vertrek had ik geen idee hoe onze reis zou zijn. Het was voor het eerst dat we zo’n lange tijd onafgebroken op zee zouden zitten. Op onze reis van de Canarische Eilanden naar de Kaapverdische Eilanden hadden we vaak harde wind met hele hoge golven. Echt muren van water die achterop lopen en soms ineens van opzij kwamen. Vaak heel oncomfortabel en daarmee erg vermoeiend. Maar het was daardoor ook vaak onmogelijk om behoorlijk te koken. Dus: wat neem je mee voor een reis die nog veel langer is?

We hadden verwacht in Mindelo, op de Kaapverdische Eilanden, echt alles te kunnen krijgen. Nou, dat was dus niet zo. Je moet roeien met de riemen die je hebt. Het idee is dat je een weekmenu maakt. Je beschrijft de ingrediënten die je hiervoor nodig hebt en doet dat maal 2. De verwachting was namelijk dat we ongeveer 2 weken onderweg zouden zijn. Uiteraard kun je niet alles zolang goed houden. Je hebt dus ook de nodige reserves nodig in blik etc. De verse ingrediënten koop je de laatste dag in. Omdat je in landen bent met veel kakkerlakken en ander ongedierte, spoel je alles goed af met zeewater, voor je het aan boord neemt (ook vanwege de eitjes van de kakkerlak, die op de schil kunnen zitten). De uien heb ik op de steiger zitten pellen. Ze schijnen minder snel te rotten als je de schil eraf haalt.

Dan heb je het eten koken aan boord. We hadden continu achterlijke wind (wind van achteren) en daarmee een schommelkoers. Op je aanrecht schuift daarmee alles continu heen en weer; je wordt er gestoord van. Later op de reis verzamelde ik dus eerst alles wat ik te snijden had, met allerlei kommetjes om het in te doen. Ik ging dan aan tafel zitten beneden in de kombuis en ging dan eerst alles snijden. Je hoeft je dan minder lang schrap te zetten. Alleen tijdens het koken op ons cardanisch opgehangen fornuis.

Koffie staat ook in mijn lijstje. Reden is dat ik toch wel erg graag een kop koffie lust. En dan bedoel ik echte koffie, niet van die oploszooi. Het is tijdens de reis iedere dag gelukt om koffie te zetten. Het was meestal een ware circusact om kokend water op een filter te blijven schenken, die op een koffiepot staat. Eerst een natte vaatdoek in de gootsteen, daarop de koffiepot met het filter en dan vanuit de fluitketel kokend water opschenken.

Vanuit het voorgaande begrijp je wel dat het vaak lastig is om je evenwicht te bewaren. Dat is dus ook regelmatig niet helemaal gelukt. Gevolg: echt veel blauwe plekken! Ik ben zelfs een keer met dekbed en al uit mijn bed geschoven. Diezelfde dag nog een nieuwe ervaring: douchen in een tropische regenbui aan dek op de oceaan; je moet het echt een keer gedaan hebben!

Wat me verder altijd bij zal blijven is de eindeloze sterrenhemel. De maan kwam vaak heel vroeg op en ging dan ook heel vroeg onder (om 21.00 uur!). Wat overbleef waren miljoenen sterren in een inktzwarte nacht. Prachtig!! Eén nacht gingen we door een meteorietenregen: ik heb nog nooit zoveel vallende sterren gezien. Misschien wel 80. En veel van die sterren vallen horizontaal, echt bizar! De maan ligt overigens heerlijk op zijn rug, ook al zo’n vreemd fenomeen. En daarbij heb je dan nog het lichtgevende plankton (of zijn het algen?). In Europa hadden we vaak groen of rood plankton; dan had je zelfs disco in de wc-pot bij het doorspoelen. Maar op de oceaan waren het meestal zilverkleurige lichtjes. Net als in een sprookjesalbum: allemaal sterretjes langs je boot in het water.

De vliegende vissen verdienen ook een vermelding. De kleinere zie je soms als een zwerm vogeltjes boven de golven. Ze vliegen echt heel ver! De grotere kunnen zelfs sturen met hun staart. Ik heb altijd gedacht dat de term “vliegende vis” overdreven was, maar dat is het niet.


Al met al is het een fantastische ervaring geweest.     

woensdag 6 januari 2016

Aangekomen op Barbados, de oceaanoversteek is gelukt.

Aangekomen op Barbados, de oceaanoversteek is gelukt.

Momenteel, 4 januari 2016, zitten we op Saint Lucia waar we gisteren zijn aangekomen vanuit Barbados. Maar goed, beginnen bij het begin.

We zijn op 8 december vanuit Mindelo (Kaap Verdische eilanden) vertrokken om de oceaan over te steken naar Barbados, een tocht die naar verwachting 2 weken zou duren. In de middag van de eerste dag zagen we in de verte een groep grote vissen, we zijn daar naartoe gevaren en het bleken ongeveer 15 pilot whales te zijn met een groot aantal bottlenose (echte flipper) dolfijnen. We hebben onze boot daar laten drijven, de dieren waren gewoon lekker aan de oppervlakte aan het chillen en verplaatsten zich nauwelijks.
Na een half uurtje zijn we maar doorgevaren, we hadden een grote tocht voor de boeg.

Een tocht van twee weken. Over de eerste helft deden we ruim 8 dagen met een gemiddelde van 125nm per etmaal (ruim 5 knopen per uur) en over de tweede helft een kleine 6 dagen met een gemiddelde van 185nm per etmaal (8 knopen per uur). De eerste helft hadden we matige wind maar de tweede helft soms meer dan ons lief was, we hebben dan ook vaak met het tweede rif gevaren om de boel met windkracht 7 en erg indrukwekkende golven heel te houden. We voeren de hele reis met de traditionele passaat zeilvoering en de windvaan stuurinrichting (windpilot).
Die passaat zeilvoering (twee zeilen op het voorstag uitgeboomd) is geweldig, zeer stabiel en je verspilt geen wind.
Omdat veel volgers hebben gevraagd hoe het schip eruit ziet heb ik hieronder een kleine video geplaatst van een stukje oceaantocht.

Het is ons erg meegevallen qua verveling, we hebben ons geen moment verveeld, wat je op een dag op een schip zoal doet. Anneke was bezig te transformeren in een smurf, ze werd iedere dag een stukje blauwer op het bewegende schip en kon @#$%^&*grr! als een dokwerker, dat moet ik haar weer afleren. Er wordt in de nacht wachtgelopen ( je vraagt je af waarom, de eerste week geen schip gezien of op de apparatuur waargenomen) en genoten van de oceaan en sterrenhemel waardoor er overdag wat bijgeslapen wordt. Vervolgens worden kleine reparaties uitgevoerd, ik heb het automatisch ontstekingsmechanisme van het gasfornuis gerepareerd dat al twee jaar kapot was, een buitenspeaker voor de marifoon geplaatst, het kompaslampje gerepareerd etc.. Ook heb ik meer gelezen dan ik ooit heb gedaan. Natuurlijk wordt er tijd besteed aan koken en schoonmaak, hetgeen meer tijd vergt dan op het land. Buiten dat is er veel tijd om na te denken en voor overpeinzingen terwijl je over de oceaan uitkijkt. Al met al een trip die aan te raden is.

We zijn 22 december op Barbados aangekomen (Bridgetown) en voor anker gegaan. Een mooi eiland en een bijzondere stad maar wel erg duur, een zak chips kost 5 euro, een biertje in de supermarkt €1,35 enzovoorts. Maar goed dat hoort erbij. Met kerst gaan de inwoners van Bridgetown on 05:00 uur naar de kerk en daarna naar Queenspark op zijn “paasbest” (kleurige kleding, avondjurken, hoge hakken, zonnebrillen hoeden etc.) om als gemeenschap de kerst gedurende de dag te vieren.

Oud en nieuw wordt nauwelijks gevierd, wij hebben dat met twee bevriende stellen op het strand gevierd met drank, BBQ en vuur in een kuil. Om het eiland te verkennen hebben we met drie buslijnen op één dag het hele eiland rondgereden met een stel uit België, een leuke tocht waar je veel van het eiland ziet. Al met al erg genoten van de cultuur en diversiteit en teveel drank genuttigd.

Op 3 januari 2016 zijn we uit Barbados vertrokken naar het eiland Saint Lucia (zie mijn kaartje van het vorige blogbericht), een “tochtje” van 90nm, wij vinden dat inmiddels een kippeneindje en laten de bijboot voor zo’n kleine afstand gewoon op het voordek liggen. We hebben eerst de nacht dat we aankwamen bij Vieux Fort geankerd en daarna doorgevaren naar Soufriere, een waar paradijs, je wordt ook welkom geheten met de woorden “welcome in paradise”. Wij liggen daar nu aan een mooring (ankeren mag niet omdat je anders het koraal vernielt) en blijven daar tot Femke 9 januari aan boord komt. Anneke heeft al gesnorkeld en verteld dat er veel mooie vissen zijn en ook dat het koraal prachtig is, ik zal morgen een duikje nemen. Ik heb hier weer een heerlijk brood gebakken, een noodzakelijke activiteit voor lange reizen. Daarna gaan we vanuit hier (het is echt buitengewoon mooi) te voet watervallen bezoeken, modderbaden opzoeken, regenwoud bewonderen etc..


Het gaat ons goed, we genieten en zien uit naar Femke. Ik heb Anneke gevraagd een stukje te schrijven over de oceaantocht vanuit haar perspectief, dat zullen we een dezer dagen publiceren.